Article 32
in forceGeneral assistance
Income shall be understood to mean the resources taken into account on the basis of Article 31, insofar as these:
concern income from or in connection with labour, income from assets, a bonus as referred to in Article 31, paragraph 2, subparagraph j, an allowance for expenses as referred to in Article 31, paragraph 2, subparagraph k, income from lease, sublease or from having one or more boarders, social security benefits, maintenance payments pursuant to Book 1 of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek), provisional refunds or refunds of income tax, wage tax, national insurance contributions and income-related contributions as referred to in Article 43 of the Healthcare Insurance Act, or which by their nature correspond to such income and benefits; and
relate to a period for which an appeal for social assistance is made.
Resources that have the character of deferred income shall be taken into account according to the period in which they were acquired. Resources that have the character of continued payment of income over a period shall be taken into account according to the period in which they can be realised.
If one of the spouses has no right to general assistance, his income shall only be taken into account insofar as the income of the spouses together, including the assistance that would be granted if his income were not taken into account, would exceed the assistance norm for spouses. For the determination of the income of the non-entitled spouse, this paragraph shall apply mutatis mutandis.
In deviation from the third paragraph, if the spouses live separately, but not permanently separated, the income of the non-entitled spouse shall only be taken into account insofar as it exceeds the social assistance standard.
Onder inkomen wordt verstaan de op grond van artikel 31 in aanmerking genomen middelen voorzover deze:
betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
Middelen die het karakter hebben van uitgesteld inkomen worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze zijn verworven. Middelen die het karakter hebben van doorbetaling van inkomen over een periode worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze te gelde kunnen worden gemaakt.
Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het inkomen van de gehuwden tezamen, met inbegrip van de bijstand die zou worden verleend indien zijn inkomen niet in aanmerking wordt genomen, meer zou bedragen dan de bijstandsnorm voor gehuwden. Voor de vaststelling van het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van het derde lid wordt, indien de gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking genomen voor zover het de bijstandsnorm te boven gaat.