Article 24
in forceSurrender by the Netherlands · Procedure for surrender · § Decision on surrender
Immediately upon receipt of the claim referred to in Article 23, paragraph 2, the presiding judge of the court shall determine, taking into account the time limits mentioned in Article 22, the time at which the person claimed shall be heard by the court. In doing so, he may order that person to be brought before the court.
The clerk of the court shall without delay notify the public prosecutor and the requested person of the time set for the hearing. That notification – as well as, if an order for apprehension has been issued, a copy of that order – shall be served upon the requested person.
In the event that the person claimed does not have legal counsel, the presiding judge shall instruct the board of the Legal Aid Board to appoint legal counsel.
If the person claimed is a minor, the Child Care and Protection Board (raad voor de kinderbescherming) shall be notified of the time and place of the hearing. If the identity and place of residence of the parents or guardian are known, the parents or guardian shall likewise be notified of the time and place of the hearing.
Dadelijk na de ontvangst van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank, rekening houdend met de termijnen, genoemd in artikel 22, het tijdstip waarop de opgeëiste persoon door de rechtbank zal worden gehoord. Hij kan daarbij diens medebrenging bevelen.
De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de opgeëiste persoon mededeling van het voor het verhoor bepaalde tijdstip. Die mededeling – alsmede, zo een bevel tot medebrenging is gegeven, een afschrift van dat bevel – wordt aan de opgeëiste persoon betekend.
In geval de opgeëiste persoon geen raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman.
Indien de opgeëiste persoon minderjarig is, wordt de raad voor de kinderbescherming van de tijd en plaats van het verhoor op de hoogte gesteld. Indien de identiteit en verblijfplaats van de ouders of voogd bekend zijn, worden de ouders of voogd eveneens van de tijd en plaats van het verhoor op de hoogte gesteld.