Article 16
in forceIn the application of Article 11, no more than 10% of the total number of employees eligible for dismissal may be disregarded, provided that it has been determined by a collective labour agreement or by a regulation by or on behalf of a competent administrative body that this option may be exercised.
Employees may be disregarded exclusively on the basis of the first paragraph, if:
it is plausible that the employee is performing above average or is expected to develop above average in the future;
the employees have been periodically assessed, whereby it has consistently been indicated whether an employee performs above average or is expected to develop above average in the future;
it has been made known to all employees that employees who perform above average or of whom it is expected that they will develop above average may be excluded from consideration in the application of Article 11; and
all employees have been offered the same opportunities to develop themselves, whether in the future or otherwise, into an above-average performing employee.
Application of the first paragraph is permitted, insofar as this does not result in a greater number of employees from the age groups of 15 to 25 years and from 55 years to the age referred to in Article 7, part a, of the General Old Age Pensions Act (Algemene Ouderdomswet) being eligible for dismissal than would be the case without application of the first paragraph.
The number of employees that is left out of consideration pursuant to the first paragraph shall be rounded up.
Bij de toepassing van artikel 11 kan ten hoogste 10% van het totale aantal werknemers dat voor ontslag in aanmerking komt buiten beschouwing worden gelaten, indien bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan is bepaald dat van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt.
Werknemers kunnen uitsluitend op grond van het eerste lid buiten beschouwing worden gelaten, indien:
aannemelijk is dat de werknemer bovengemiddeld functioneert dan wel naar verwachting in de toekomst zich bovengemiddeld zal ontwikkelen;
de werknemers periodiek zijn beoordeeld, waarbij steeds aangegeven is of een werknemer bovengemiddeld functioneert of zich naar verwachting in de toekomst bovengemiddeld zal ontwikkelen;
voor alle werknemers kenbaar is gemaakt dat werknemers die bovengemiddeld functioneren of waarvan de verwachting is dat zij zich bovengemiddeld zullen gaan ontwikkelen buiten beschouwing gelaten kunnen worden bij de toepassing van artikel 11; en
aan alle werknemers dezelfde mogelijkheden zijn geboden om zich, al dan niet in de toekomst, te ontwikkelen tot een bovengemiddeld functionerende werknemer.
Toepassing van het eerste lid is toegestaan, voor zover dit er niet toe leidt dat meer werknemers uit de leeftijdsgroepen van 15 tot 25 jaar en van 55 jaar tot de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet genoemde leeftijd voor ontslag in aanmerking worden gebracht dan zonder toepassing van het eerste lid.
Het aantal werknemers dat op grond van het eerste lid buiten beschouwing wordt gelaten, wordt naar boven afgerond.