Article 17
in forceThe authorisation to terminate an employment agreement for an indefinite period on the basis of Article 669, paragraph 3, point (a), of Book 7 of the Civil Code may be granted without the employer having terminated the employment relationship or agreement of:
employees and persons performing work of a temporary nature, for a period of no more than 26 weeks;
employees with a fixed-term employment contract, other than those referred to in Article 671a, paragraph 5, points (b) and (d), of Book 7 of the Civil Code, for whom the remaining term of the employment contract exceeds 26 weeks, calculated from the day on which the decision is made on the petition for consent to terminate the employment contract, insofar as these employees are not eligible for dismissal pursuant to Article 11;
payroll employees who are employed on the basis of an employment contract for an indefinite period, or an employment contract for a definite period, other than as referred to in Article 671a, paragraph 5, points (b) and (d), of Book 7 of the Civil Code, the remaining term of which exceeds 26 weeks, calculated from the day on which a decision is made on the petition for consent to terminate the employment contract, insofar as it does not follow from the application of Article 11 for these employees that the agreement with the payroll employer must be terminated;
persons who perform activities other than on the basis of an employment contract, provided that the activities are performed in the conduct of a business or in the independent practice of a profession, by or on behalf of natural persons or legal entities that are registered with the Chamber of Commerce, and it is necessary for efficient business operations that these activities are performed other than on the basis of an employment contract.
De toestemming om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kan worden verleend zonder dat de werkgever de arbeidsrelatie of overeenkomst heeft beëindigd van:
werknemers en personen die werkzaamheden van tijdelijke aard verrichten, gedurende een periode van ten hoogste 26 weken;
werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, anders dan bedoeld in artikel 671a, vijfde lid, onderdelen b en d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de resterende looptijd van de arbeidsovereenkomst meer bedraagt dan 26 weken, te rekenen vanaf de dag waarop op het verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wordt beslist, voor zover deze werknemers niet op grond van artikel 11 in aanmerking komen voor ontslag;
payrollwerknemers, die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, anders dan bedoeld in artikel 671a, vijfde lid, onderdelen b en d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de resterende looptijd meer bedraagt dan 26 weken, te rekenen vanaf de dag waarop op het verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wordt beslist, voor zover voor deze werknemers uit de toepassing van artikel 11 niet voortvloeit dat de overeenkomst met de payrollwerkgever moet worden opgezegd;
personen die werkzaamheden verrichten anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst, indien de werkzaamheden worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, door of namens natuurlijke of rechtspersonen die zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en het voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is dat deze werkzaamheden anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst worden verricht.