Article 10.5
in forceDuty to tolerate · Gedoogplichten van rechtswege
Persons charged with the inspection of water systems or parts thereof, acting under the responsibility of the manager, are authorised to enter any premises, with the exception of dwellings without the consent of the occupant, while carrying the necessary equipment.
Our Minister of Infrastructure and Water Management or the executive board of a water board is authorised to grant an authorisation as referred to in Article 3, paragraph 2, of the General Act on Entry, for the purpose of entering a dwelling without the consent of the occupant by a person designated for that purpose by a decision of our Minister of Infrastructure and Water Management or that board, insofar as that dwelling forms part of a water management work or is directly connected thereto.
Articles 5:13, 5:15, paragraphs 2 and 3, 5:16, and 5:20, paragraphs 1 and 2, of the General Administrative Law Act shall apply mutatis mutandis.
Our Minister of Infrastructure and Water Management or the executive board of a water board are authorised to apply Article 5:20, paragraph 3, of the General Administrative Law Act mutatis mutandis with regard to the persons referred to in the first paragraph.
De met de inspectie van watersystemen of onderdelen daarvan belaste personen, werkzaam onder verantwoordelijkheid van de beheerder, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner.
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het dagelijks bestuur van een waterschap is bevoegd tot het geven van een machtiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden tot het zonder toestemming van de bewoner binnentreden in een woning door een daartoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of dat bestuur aangewezen persoon, voor zover die woning deel uitmaakt van een waterstaatswerk of daarmee rechtstreeks in verbinding staat.
De artikelen 5:13, 5:15, tweede en derde lid, 5:16 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het dagelijks bestuur van een waterschap zijn bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde personen.