Article 2.88
in forceNadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten · Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Without prejudice to the provisions laid down by or pursuant to this Act, the public media institutions shall determine the form and content of the media services provided by them and shall be responsible for such.
The public media institutions shall establish an editorial statute in agreement with their employees who are charged with the care and composition of the media offering.
The editorial statute contains the journalistic rights and obligations of the employees, including in any case:
ensure that standards regarding journalistic ethics and quality are applied; and
safeguards for editorial independence from advertisers, sponsors and others who have provided contributions for the creation of media content.
The NTR and broadcasting organisations, to which broadcasting associations that have obtained a provisional recognition as referred to in Article 2.23, paragraph 2, have entrusted the provision of their media offering, shall ensure that the responsibility of those broadcasting associations within the cooperation is guaranteed.
A public media institution shall take appropriate measures to prevent its media service offerings from inciting violence or hatred against a group of persons or a member of a group, on any of the grounds referred to in Article 21 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union, or from provoking the commission of a terrorist offence.
The public media institutions shall include in their annual report a reflection on the manner in which journalistic deontology has been observed and how their own editorial statute has been respected.
De publieke media-instellingen bepalen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze wet, vorm en inhoud van het door hen verzorgde media-aanbod en zijn daar verantwoordelijk voor.
De publieke media-instellingen brengen in overeenstemming met hun werknemers die zijn belast met de verzorging en samenstelling van het media-aanbod een redactiestatuut tot stand.
Het redactiestatuut bevat de journalistieke rechten en plichten van de werknemers, waaronder in elk geval:
waarborgen dat normen inzake journalistieke deontologie en kwaliteit worden gehanteerd; en
waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders, sponsors en anderen die bijdragen hebben verstrekt voor de totstandkoming van media-aanbod.
De NTR en omroeporganisaties, waaraan omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, de verzorging van hun media-aanbod hebben opgedragen, dragen ervoor zorg dat de verantwoordelijkheid van die omroepverenigingen in de samenwerking is gewaarborgd.
Een publieke media-instelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat het aanbod van haar mediadiensten aanzet tot geweld of haat jegens een groep personen of een lid van een groep, op een van de gronden genoemd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, of uitlokt tot het plegen van een terroristisch misdrijf.
De publieke media-instellingen nemen in hun jaarverslag een reflectie op over de wijze waarop de journalistieke deontologie in acht is genomen en hoe het eigen redactiestatuut is gerespecteerd.