Dutch Legislation

Article 5a

in force

Of bankruptcy · Of the declaration of bankruptcy

Bankruptcy Act (Faillissementswet) · Title I · Section 1 · In force since 2017-12-23

Source
1.

A petition for the opening of a group coordination procedure as referred to in Article 61 of the regulation mentioned in Article 5, paragraph 3, may be submitted by an insolvency practitioner to the court designated in Article 2.

2.

Against a decision of the court as referred to in Article 77, paragraph 4, of the regulation referred to in Article 5, paragraph 3, an insolvency practitioner involved in the group coordination proceedings may lodge an appeal within eight days after the day on which that decision was taken.

3.

The appeal is lodged by petition, to be filed at the registry of the court that is competent to take cognizance of the case.

4.

In the event of an oral hearing, the judge orders the summoning of the petitioner in appeal, the coordinator involved in the group coordination procedure and the interested parties who appeared in the proceedings at first instance.

5.

The registrar shall without delay send a copy of the decision on the petition (application), referred to in paragraph 3, to the court.

1.

Een verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure als bedoeld in artikel 61 van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening kan worden gedaan door een insolventiefunctionaris bij de rechtbank, aangewezen in artikel 2.

2.

Tegen een beslissing van de rechtbank als bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, kan een bij de groepscoördinatieprocedure betrokken insolventiefunctionaris gedurende acht dagen, na de dag waarop die beslissing is genomen, in hoger beroep komen.

3.

Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoek, in te dienen ter griffie van het rechtscollege dat bevoegd is van de zaak kennis te nemen.

4.

De rechter beveelt in geval van een mondelinge behandeling de oproeping van de verzoeker in hoger beroep, de bij de groepscoördinatieprocedure betrokken coördinator en de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden.

5.

De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan de rechtbank.