Dutch Legislation

Article 213p

in force

Of bankruptcy · Of the bankruptcy of an insurer · § Provisions of private international law

Bankruptcy Act (Faillissementswet) · Title I · Section 11B · § 3 · In force since 2005-12-01

Source
1.

The decision to open liquidation proceedings shall not affect the right in rem of a creditor or a third party in respect of an asset or assets, both specific assets and collections of indefinite assets with a changing composition, belonging to the insurer and which are situated, at the time the decision to open the liquidation proceedings takes legal effect, on the territory of a Member State other than the home Member State.

2.

For the purposes of the first paragraph, a property right is in any case understood to mean:

a.

the right to realize an asset or cause it to be realized and to be satisfied from the proceeds of or the income from the asset, in particular by virtue of a right of pledge or right of mortgage;

b.

the exclusive right to collect a claim, in particular on the basis of a right of pledge on the claim or on the basis of an assignment of the claim by way of security;

c.

the right to claim an asset from anyone who holds it without right, to demand the surrender of that asset or to demand undisturbed enjoyment of that asset;

d.

the property right to reap the fruits of an asset.

3.

For the purposes of paragraph 1, the right registered in a public register to acquire a right in rem as referred to in paragraph 1, which can be invoked against third parties, is equated with a right in rem.

4.

For the purposes of this article, the Member State where an asset is situated is:

a.

with regard to registered property and rights to registered property: the Member State under whose authority the relevant register is kept;

b.

with respect to things, insofar as not falling under point a: the Member State on whose territory the thing is situated;

c.

with respect to debt claims, the Member State in the territory of which the third-party debtor has its statutory seat.

1.

De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:

a.

het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;

b.

het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;

c.

het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;

d.

het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.

4.

Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:

a.

met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;

b.

met betrekking tot zaken, voorzover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;

c.

met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.