Article 132
in forceOf bankruptcy · Of the verification of claims
Creditors whose claims are secured by pledge, mortgage or right of retention, or are privileged on a specific asset, but who can demonstrate that a part of their claim will presumably not be able to rank for payment out of the proceeds of the encumbered assets, may demand that they be granted the rights of unsecured creditors for that part, while retaining their right of preference.
The amount for which pledgees and mortgagees can be beneficially ranked is determined with due observance of Article 483e of the Code of Civil Procedure, with the proviso that the time of drawing up the statement is replaced by the beginning of the day on which the declaration of bankruptcy was pronounced.
Schuldeisers, wier vorderingen door pand, hypotheek of retentierecht gedekt of op een bepaald voorwerp bevoorrecht zijn, maar die kunnen aantonen dat een deel hunner vordering vermoedelijk niet batig gerangschikt zal kunnen worden op de opbrengst der verbonden goederen, kunnen verlangen dat hun voor dat deel de rechten van concurrente schuldeisers worden toegekend met behoud van hun recht van voorrang.
Het bedrag waarvoor pand- en hypotheekhouders batig gerangschikt kunnen worden, wordt bepaald met inachtneming van artikel 483e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met dien verstande dat voor het tijdstip van het opmaken van de staat in de plaats treedt de aanvang van de dag waarop de faillietverklaring werd uitgesproken.