Article 5
in forceAdults who are capable of a reasonable assessment of their interests in this matter may, other than for the purpose of their own medical use and without prejudice to Article 9, make their gametes available for the purpose of the pregnancy of another or for the purpose of scientific research.
The making available may only be done in writing and free of charge, and not until a person as referred to in the first paragraph has been informed of the nature and purpose thereof through the care of the person who stores the gametes. The person concerned may, insofar as the gametes have not yet been used, revoke the making available at any time, without stating reasons.
If an invasive procedure on the person concerned is necessary for the procurement of gametes, the person performing the procedure shall also inform the person concerned of the risks and objections associated therewith. If the gametes are made available for the purpose of scientific research, the consent of the committee referred to in Article 2, paragraph 1, is additionally required in that case, which committee shall assess whether the interest to be served by making the gametes available is in proportionate relation to the risks and objections of the procedure, also in view of the circumstances in which the person concerned finds themselves. Insofar as necessary, Article 5 of the Medical Research Involving Human Subjects Act (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen) shall not apply in that case.
The information referred to in the second paragraph shall in any event include the information referred to in the Annex to Directive 2004/23/EC of the European Parliament and of the Council of 31 March 2004 on setting standards of quality and safety for the donation, procurement, testing, processing, preservation and distribution of human tissues and cells (OJ EU L 102).
An amendment to the directive referred to in paragraph 4 shall apply for the purposes of this Article as from the day on which the amending directive concerned must be implemented.
Meerderjarigen die in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake, kunnen anders dan ten behoeve van eigen geneeskundig gebruik en onverminderd artikel 9, hun geslachtscellen ter beschikking stellen ten behoeve van de zwangerschap van een ander of ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.
De terbeschikkingstelling kan slechts schriftelijk en om niet worden gedaan en niet dan nadat een persoon als bedoeld in het eerste lid, door de zorg van degene die de geslachtscellen bewaart, is ingelicht over de aard en het doel ervan. De betrokkene kan voor zover de geslachtscellen nog niet zijn gebruikt, de terbeschikkingstelling te allen tijde, zonder opgaaf van redenen, herroepen.
Indien voor het verkrijgen van geslachtscellen een invasieve ingreep bij de betrokkene noodzakelijk is, wordt deze door degene die de ingreep verricht, tevens ingelicht over de risico's en bezwaren daarvan. Indien de geslachtscellen ter beschikking worden gesteld ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek is in dat geval mede de toestemming vereist van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde commissie die beoordeelt of het met de terbeschikkingstelling te dienen belang in evenredige verhouding staat tot de risico's en bezwaren van de ingreep, mede gelet op de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert. Voor zoveel nodig is artikel 5 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen in dat geval niet van toepassing.
De in het tweede lid bedoelde inlichtingen omvatten in ieder geval de informatie, bedoeld in de bijlage bij richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen (PbEU L 102).
Een wijziging van de in het vierde lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.