Dutch Legislation

Article 7:758

in force

Contracting for work · Contracting for work in general

Civil Code — Book 7 (specific contracts) · Title 12 · Section 1 · In force since 2024-01-01

Source
1.

If the contractor has indicated that the work is ready to be delivered and the principal does not inspect the work within a reasonable period and accept it, whether or not subject to a reservation, or reject it while indicating the defects, the principal shall be deemed to have tacitly accepted the work. After acceptance, the work shall be considered delivered.

2.

After delivery, the work shall be at the risk of the principal. Consequently, the principal remains liable for the price, regardless of the destruction or deterioration of the work due to a cause that cannot be attributed to the contractor.

3.

The contractor is discharged from liability for defects which the principal should reasonably have discovered at the time of delivery.

4.

By way of derogation from paragraph 3, in the case of the construction of works, the contractor is liable for defects that were not discovered at the time of delivery of the work, unless these defects are not attributable to the contractor. This paragraph may not be deviated from to the detriment of the client, insofar as the client is a natural person not acting in the exercise of a profession or business. In other cases, this paragraph may only be deviated from to the detriment of the client if this has been expressly included in the agreement.

1.

Indien de aannemer te kennen heeft gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd en de opdrachtgever het werk niet binnen een redelijke termijn keurt en al dan niet onder voorbehoud aanvaardt dan wel onder aanwijzing van de gebreken weigert, wordt de opdrachtgever geacht het werk stilzwijgend te hebben aanvaard. Na de aanvaarding wordt het werk als opgeleverd beschouwd.

2.

Na oplevering is het werk voor risico van de opdrachtgever. Derhalve blijft hij de prijs verschuldigd, ongeacht tenietgaan of achteruitgang van het werk door een oorzaak die niet aan de aannemer kan worden toegerekend.

3.

De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.

4.

In afwijking van het derde lid, is bij aanneming van bouwwerken de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In andere gevallen kan van dit lid alleen ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, indien dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen.