Dutch Legislation

Article 3:20

in force

General provisions · Registrations concerning registered property

Civil Code — Book 3 (property law, general part) · Title 1 · Section 2 · In force since 2002-01-01

Source
1.

The registrar shall refuse to make an entry if the requirements referred to in Article 19, paragraph 1, have not been met. He shall record the presentation in the register of provisional entries, stating the objections raised.

2.

When the refusal has occurred wrongfully, the relief judge (voorzieningenrechter) of the court, ruling in summary proceedings (kort geding), shall, upon the claim of the interested party, order the registrar to perform the registration nonetheless, without prejudice to the jurisdiction of the ordinary court. The relief judge may order the summoning of other interested parties to be designated by him. The order of the relief judge is by operation of law enforceable notwithstanding appeal (uitvoerbaar bij voorraad).

3.

If the refused registration is subsequently ordered, the registrar shall perform it immediately after the claimant has requested it again.

4.

If the interested party, within two weeks after the original presentation to the registrar, has caused a summons in summary proceedings (kort geding) to be issued for the purpose of obtaining the order referred to in paragraph 2, and the initially refused registration has subsequently been performed upon a renewed presentation of the same documents, made within one week after an order given in the first instance, the registration shall be deemed to have occurred at the time when the original presentation took place. The same shall apply if the registrar, upon a renewed presentation, nevertheless proceeds to registration within two weeks either after the original presentation or after a summons timely issued to him while the proceedings in the first instance are pending.

5.

A fact which appears only from a document recorded in accordance with the second sentence of paragraph 1 shall be deemed not to be ascertainable by consulting the registers, unless it must be deemed, pursuant to the preceding paragraph, to have already been registered at the time of the consultation.

6.

A provisional entry shall be struck out by the registrar as soon as it has appeared to him that the conditions for the application of the fourth paragraph can no longer be fulfilled, or the registration has nevertheless taken place with due observance of the time of the original presentation.

1.

De bewaarder der registers weigert een inschrijving te doen, indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 19, eerste lid. Hij boekt de aanbieding in het register van voorlopige aantekeningen met vermelding van de gerezen bedenkingen.

2.

Wanneer de weigering ten onrechte is geschied, beveelt de voorzieningenrechter van de rechtbank, rechtdoende in kort geding, op vordering van de belanghebbende de bewaarder de inschrijving alsnog te verrichten, zulks onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter. De voorzieningenrechter kan de oproeping van door hem aan te wijzen andere belanghebbenden gelasten. Het bevel van de voorzieningenrechter is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

3.

Wordt de geweigerde inschrijving alsnog bevolen, dan verricht de bewaarder haar terstond nadat de eiser haar opnieuw heeft verzocht.

4.

Indien de belanghebbende binnen twee weken na de oorspronkelijke aanbieding aan de bewaarder een dagvaarding in kort geding ter verkrijging van het in lid 2 bedoelde bevel heeft doen uitbrengen en de aanvankelijk geweigerde inschrijving alsnog is verricht op een hernieuwde aanbieding van dezelfde stukken, gedaan binnen een week na een in eerste aanleg gegeven bevel, wordt de inschrijving geacht te zijn geschied op het tijdstip waarop de oorspronkelijke aanbieding plaatsvond. Hetzelfde geldt, indien de bewaarder op een hernieuwde aanbieding alsnog overgaat tot inschrijving binnen twee weken hetzij na de oorspronkelijke aanbieding, hetzij na een hem tijdig uitgebrachte dagvaarding hangende het geding in eerste aanleg.

5.

Een feit waarvan slechts blijkt uit een overeenkomstig lid 1, tweede zin, geboekt stuk wordt geacht niet door raadpleging van de registers kenbaar te zijn, tenzij het krachtens het vorige lid geacht moet worden reeds ten tijde van de raadpleging ingeschreven te zijn geweest.

6.

Een voorlopige aantekening wordt door de bewaarder doorgehaald, zodra hem is gebleken dat de voorwaarden voor toepassing van het vierde lid niet meer kunnen worden vervuld, of de inschrijving met inachtneming van het tijdstip van oorspronkelijke aanbieding alsnog heeft plaatsgevonden.