Dutch Legislation

Article 2:298

in force

Foundations

Civil Code — Book 2 (legal persons) · Title 6 · In force since 2021-07-01

Source
1.

A director may be dismissed by the court at the petition of an interested party or the public prosecution service for neglect of duty, for other compelling reasons, for a drastic change of circumstances on the basis of which the continuation of his directorship cannot reasonably be tolerated, or for failure to comply or to comply properly with an order issued by the relief judge of the court pursuant to Article 297.

2.

The court may, pending the investigation, grant interim measures (voorlopige voorzieningen) regarding the management and suspend the director.

3.

A director dismissed by the court cannot become a director or supervisory director of a foundation for a period of five years following the dismissal, unless no serious reproach can be made against the director, also having regard to the tasks assigned to others.

4.

The provisions of the preceding paragraphs shall apply mutatis mutandis to supervisory directors (commissarissen).

1.

Een bestuurder kan op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar ministerie door de rechtbank worden ontslagen wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen, wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld of wegens het niet of niet behoorlijk voldoen aan een door de voorzieningenrechter van de rechtbank ingevolge artikel 297 gegeven bevel.

2.

De rechtbank kan, hangende het onderzoek, voorlopige voorzieningen in het bestuur treffen en de bestuurder schorsen.

3.

Een door de rechtbank ontslagen bestuurder kan gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder of commissaris van een stichting worden, tenzij de bestuurder mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.

Het in de voorgaande leden bepaalde is van overeenkomstige toepassing op commissarissen.