Article 2:161a
in forcePublic limited liability companies · The supervisory board of the large public limited company (naamloze vennootschap)
The general meeting may, by an absolute majority of the votes cast, representing at least one-third of the issued capital, withdraw its confidence in the supervisory board. The resolution shall be supported by reasons. The resolution cannot be passed in respect of supervisory directors appointed by the Enterprise Chamber (ondernemingskamer) in accordance with paragraph 3.
A decision as referred to in paragraph 1 shall not be taken until the board of directors has notified the works council of the proposal for the decision and the grounds therefor. The notification shall take place at least 30 days prior to the general meeting in which the proposal is considered. If the works council determines a position regarding the proposal, the board of directors shall inform the supervisory board and the general meeting of this position. The works council may have its position explained in the general meeting.
The decision referred to in paragraph 1 shall result in the immediate dismissal of the members of the supervisory board. In such event, the management board shall without delay petition the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal to temporarily appoint one or more supervisory directors. The Enterprise Chamber shall regulate the consequences of the appointment.
The supervisory board shall promote that, within a period determined by the enterprise chamber (ondernemingskamer), a new board is constituted with due observance of Article 158.
De algemene vergadering kan bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen. Het besluit is met redenen omkleed. Het besluit kan niet worden genomen ten aanzien van commissarissen die zijn aangesteld door de ondernemingskamer overeenkomstig lid 3.
Een besluit als bedoeld in lid 1 wordt niet genomen dan nadat het bestuur de ondernemingsraad van het voorstel voor het besluit en de gronden daartoe in kennis heeft gesteld. De kennisgeving geschiedt ten minste 30 dagen voor de algemene vergadering waarin het voorstel wordt behandeld. Indien de ondernemingsraad een standpunt over het voorstel bepaalt, stelt het bestuur de raad van commissarissen en de algemene vergadering van dit standpunt op de hoogte. De ondernemingsraad kan zijn standpunt in de algemene vergadering doen toelichten.
Het besluit bedoeld in lid 1 heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van de raad van commissarissen tot gevolg. Alsdan verzoekt het bestuur onverwijld aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam tijdelijk een of meer commissarissen aan te stellen. De ondernemingskamer regelt de gevolgen van de aanstelling.
De raad van commissarissen bevordert dat binnen een door de ondernemingskamer vastgestelde termijn een nieuwe raad wordt samengesteld met inachtneming van artikel 158.