Dutch Legislation

Article 2:158

in force

Public limited liability companies · The supervisory board of the large public limited company (naamloze vennootschap)

Civil Code — Book 2 (legal persons) · Title 4 · Section 6 · In force since 2013-01-01

Source
1.

The company has a supervisory board (raad van commissarissen).

2.

The supervisory board consists of at least three members. If the number of supervisory board members is less than three, the board shall take measures without delay to supplement its membership.

3.

The supervisory board shall adopt a profile for its size and composition, taking into account the nature of the business, its activities, and the desired expertise and background of the supervisory directors. The supervisory board shall discuss the profile upon its initial adoption and subsequently upon every amendment thereto in the general meeting and with the works council.

4.

The supervisory directors shall, subject to the provisions of paragraph 9, be appointed by the general meeting upon a nomination by the supervisory board, insofar as the appointment has not already been made in the articles of association or before this article became applicable to the company. The supervisory board shall simultaneously announce the nomination to the general meeting and to the works council. The nomination shall be accompanied by a statement of reasons. Without prejudice to the provisions of Article 160, the articles of association may not restrict the group of persons eligible for appointment. The nomination shall not be presented to the general meeting until the works council has been given the opportunity, in a timely manner prior to the date of the notice of the meeting as referred to in Article 114, to determine its position thereon. The chairman or a member of the works council designated by him may explain the position of the works council in the general meeting. The absence of such a position shall not affect the validity of the decision-making regarding the proposal for appointment.

5.

The general meeting and the works council may recommend persons to the supervisory board to be nominated as a supervisory director. The board shall inform them in a timely manner when, as a result of what and in accordance with which profile a vacancy in its midst must be filled. If the enhanced right of recommendation referred to in paragraph 6 applies to the vacancy, the supervisory board shall likewise give notice thereof.

6.

For one-third of the number of members of the supervisory board, the supervisory board shall place a person recommended by the works council on the nomination, unless the supervisory board objects to the recommendation on the grounds of the expectation that the recommended person will be unfit for the performance of the duties of a supervisory board member or that the supervisory board will not be properly constituted if the appointment is made in accordance with the recommendation. If the number of members of the supervisory board is not divisible by three, the next lower number that is divisible by three shall be taken into account for the determination of the number of members to whom this enhanced right of recommendation applies.

7.

If the supervisory board objects, it shall notify the works council of the objection, stating the reasons therefor. The board shall immediately enter into consultations with the works council with a view to reaching agreement on the nomination. If the supervisory board determines that no agreement can be reached, a representative designated for that purpose by the board shall petition the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal to declare the objection well-founded. The petition shall not be filed until four weeks have elapsed since the commencement of the consultations with the works council. The supervisory board shall place the recommended person on the nomination if the Enterprise Chamber declares the objection unfounded. If the Enterprise Chamber declares the objection well-founded, the works council may make a new recommendation in accordance with the provisions of paragraph 6.

8.

The Enterprise Chamber shall summon the works council. No legal remedy shall be available against the decision of the Enterprise Chamber. The Enterprise Chamber may not issue an order for the payment of legal costs.

9.

The general meeting may, by an absolute majority of the votes cast, representing at least one-third of the issued capital, reject the nomination. If the shareholders withhold their support for the candidate by an absolute majority of votes, but this majority did not represent at least one-third of the issued capital, a new meeting may be convened in which the nomination may be rejected by an absolute majority of votes. In that event, the supervisory board shall prepare a new nomination. Paragraphs 5 through 8 shall apply. If the general meeting does not appoint the nominated person and does not resolve to reject the nomination, the supervisory board shall appoint the nominated person.

10.

The general meeting may, for a period to be determined by it of no more than two consecutive years at a time, delegate the power granted to it under paragraph 5 to a committee of shareholders whose members it appoints; in that case, the supervisory board shall provide the committee with the notification referred to in paragraph 5. The general meeting may at any time revoke the delegation.

11.

For the purposes of this Article, the works council (ondernemingsraad) shall be understood to mean the works council of the enterprise of the company or of the enterprise of a dependent company. If there is more than one works council, the powers under this Article shall be exercised by these councils separately; in the event of a nomination as referred to in paragraph 6, the powers under that paragraph shall be exercised by these councils jointly. If a central works council (centrale ondernemingsraad) has been established for the enterprise or enterprises concerned, the powers of the works council under this Article shall accrue to the central works council.

12.

The articles of association may deviate from paragraphs 2, 4 through 7, and 9, provided that no deviation is permitted from the first two sentences of paragraph 9. The prior approval of the supervisory board and the consent of the works council are required for the resolution to amend the articles of association.

1.

De vennootschap heeft een raad van commissarissen.

2.

De raad van commissarissen bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental.

3.

De raad van commissarissen stelt een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de onderneming, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen. De raad bespreekt de profielschets voor het eerst bij vaststelling en vervolgens bij iedere wijziging in de algemene vergadering en met de ondernemingsraad.

4.

De commissarissen worden, behoudens het bepaalde in lid 9, op voordracht van de raad van commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voor zover de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden. De raad van commissarissen maakt de voordracht gelijktijdig bekend aan de algemene vergadering en aan de ondernemingsraad. De voordracht is met redenen omkleed. Onverminderd het bepaalde in artikel 160 kunnen de statuten de kring van benoembare personen niet beperken. De voordracht wordt niet aan de algemene vergadering aangeboden dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. De voorzitter of een door hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het voorstel tot benoeming niet aan.

5.

De algemene vergadering en de ondernemingsraad kunnen aan de raad van commissarissen personen aanbevelen om als commissaris te worden voorgedragen. De raad deelt hun daartoe tijdig mede wanneer, ten gevolge waarvan en overeenkomstig welk profiel in zijn midden een plaats moet worden vervuld. Indien voor de plaats het in lid 6 bedoelde versterkte recht van aanbeveling geldt, doet de raad van commissarissen daarvan eveneens mededeling.

6.

Voor een derde van het aantal leden van de raad van commissarissen geldt dat de raad van commissarissen een door de ondernemingsraad aanbevolen persoon op de voordracht plaatst, tenzij de raad van commissarissen bezwaar maakt tegen de aanbeveling op grond van de verwachting dat de aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij benoeming overeenkomstig de aanbeveling niet naar behoren zal zijn samengesteld. Indien het getal der leden van de raad van commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het naastgelegen lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen voor de vaststelling van het aantal leden waarvoor dit versterkte recht van aanbeveling geldt.

7.

Indien de raad van commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de ondernemingsraad het bezwaar onder opgave van redenen mede. De raad treedt onverwijld in overleg met de ondernemingsraad met het oog op het bereiken van overeenstemming over de voordracht. Indien de raad van commissarissen constateert dat geen overeenstemming kan worden bereikt, verzoekt een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de raad aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam het bezwaar gegrond te verklaren. Het verzoek wordt niet eerder ingediend dan nadat vier weken zijn verstreken na aanvang van het overleg met de ondernemingsraad. De raad van commissarissen plaatst de aanbevolen persoon op de voordracht indien de ondernemingskamer het bezwaar ongegrond verklaart. Verklaart de ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan kan de ondernemingsraad een nieuwe aanbeveling doen overeenkomstig het bepaalde in lid 6.

8.

De ondernemingskamer doet de ondernemingsraad oproepen. Tegen de beslissing van de ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten uitspreken.

9.

De algemene vergadering kan bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de aandeelhouders bij volstrekte meerderheid van stemmen hun steun aan de kandidaat onthouden, maar deze meerderheid niet ten minste een derde van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigde, kan een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen waarin de voordracht kan worden afgewezen met volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan maakt de raad van commissarissen een nieuwe voordracht op. De leden 5 tot en met 8 zijn van toepassing. Indien de algemene vergadering de voorgedragen persoon niet benoemt en niet besluit tot afwijzing van de voordracht, benoemt de raad van commissarissen de voorgedragen persoon.

10.

De algemene vergadering kan de bevoegdheid die haar volgens lid 5 toekomt voor een door haar te bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de leden aanwijst; in dat geval doet de raad van commissarissen aan de commissie de mededeling bedoeld in lid 5. De algemene vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.

11.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap of van de onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er meer dan één ondernemingsraad is, worden de bevoegdheden van dit artikel door deze raden afzonderlijk uitgeoefend; als er sprake is van een voordracht als bedoeld in lid 6 worden de bevoegdheden van dit lid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan de centrale ondernemingsraad.

12.

In de statuten kan worden afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en 9, met dien verstande dat niet kan worden afgeweken van de eerste twee zinnen van lid 9. Voor het besluit tot wijziging van de statuten is de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen en de toestemming van de ondernemingsraad vereist.