Dutch Legislation

Article 22

in force

SUPERVISION AND USE OF FORCE

TBS Detainees Act · Chapter V · In force since 2019-01-01

Source
1.

The head of the institution shall establish the identity of the person being nursed upon their first admission to the institution, upon the execution of an order as referred to in Article 2, paragraph 1, preamble, of the DNA Testing of Convicted Persons Act (Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden), and insofar as this is otherwise necessary.

2.

Establishing the identity of the person being nursed upon their first admission to the institution includes requesting their surname, given names, place of birth and date of birth, the address at which they are registered in the personal records database (basisregistratie personen), and the address of their actual place of residence outside the institution. It also includes taking one or more fingerprints. In cases where fingerprints of the person being nursed have previously been taken and processed in accordance with the Code of Criminal Procedure (Wetboek van Strafvordering), establishing their identity upon entry into the institution also includes a comparison of their fingerprints with the fingerprints processed for them. In other cases, establishing their identity includes an examination of their identity document as referred to in Article 1 of the Compulsory Identification Act (Wet op de identificatieplicht). Article 29c, paragraph 2, of the Code of Criminal Procedure (Wetboek van Strafvordering) applies mutatis mutandis.

3.

In cases other than the initial admission to the institution, establishing the identity of the person being nursed includes taking one or more fingerprints and comparing those fingerprints with the fingerprints taken from him upon entry. In the execution of an order as referred to in Article 2, paragraph 1, preamble, of the DNA Testing of Convicted Persons Act (Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden), one or more fingerprints of the person being nursed shall also be taken and processed in accordance with the Code of Criminal Procedure.

4.

The head of the institution is authorised to take one or more photographs of the person being nursed. The photographs may be used for the production of an identification document and for the prevention, investigation, prosecution and trial of criminal offences. The person being nursed is obliged to carry the identification document on their person and to show it upon the request of a staff member or employee.

5.

Rules regarding the processing of personal data as referred to in the second to fourth paragraphs inclusive shall be laid down by or pursuant to an Order in Council.

1.

Het hoofd van de instelling stelt bij de eerste opname in de instelling, bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en voor zover dit anderszins noodzakelijk is, de identiteit van de verpleegde vast.

2.

Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat bij de eerste opname in de instelling het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten de instelling. Het omvat tevens het nemen van een of meer vingerafdrukken. In de gevallen waarin van de verpleegde eerder overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt, omvat het vaststellen van zijn identiteit bij binnenkomst in de instelling tevens een vergelijking van zijn vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van zijn identiteitsbewijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Artikel 29c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat in de andere gevallen dan de eerste opname in de instelling het nemen van een of meer vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem bij binnenkomst genomen vingerafdrukken. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden worden van de verpleegde tevens een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering genomen en verwerkt.

4.

Het hoofd van de instelling is bevoegd van de verpleegde een of meer foto’s te nemen. De foto’s kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van een legitimatiebewijs en voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten. De verpleegde is verplicht het legitimatiebewijs bij zich te dragen en op verzoek van een personeelslid of medewerker te tonen.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid.