Dutch Legislation

Article 39

in force

Supervision and the use of force

Juvenile Institutions Act · Chapter VII · In force since 2021-01-01

Source
1.

The director is authorised to search the room of a juvenile for the presence of objects that he is not permitted to possess.

a.

if this investigation takes place within the framework of general supervision regarding the presence of prohibited items in the rooms of juveniles;

b.

if this is otherwise necessary in the interest of maintaining order or safety within the institution.

2.

Article 34, paragraph 5, shall apply mutatis mutandis.

3.

The director is authorised to search the room of a juvenile for the presence of objects on which cellular material of the juvenile is suspected to be present and to seize these objects, if the public prosecutor has given him an order to seize these objects pursuant to Article 6, paragraph 1, of the DNA Testing of Convicted Persons Act (Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden).

1.

De directeur is bevoegd de kamer van een jeugdige op de aanwezigheid van voorwerpen die niet in zijn bezit mogen zijn te onderzoeken:

a.

indien dit onderzoek plaatsvindt in het kader van het algemeen toezicht op de aanwezigheid van verboden voorwerpen in de kamers van jeugdigen;

b.

indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.

2.

Artikel 34, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

De directeur is bevoegd de kamer van een jeugdige te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen waarop vermoedelijk celmateriaal van de jeugdige aanwezig is en deze voorwerpen in beslag te nemen, indien de officier van justitie hem op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een opdracht tot het in beslag nemen van deze voorwerpen heeft gegeven.