Dutch Legislation

Article 35

in force

Supervision and the use of force

Juvenile Institutions Act · Chapter VII · In force since 2021-01-01

Source
1.

The director may, if necessary in the interest of maintaining order or safety within the institution, or in connection with a decision regarding placement or transfer, or in connection with permission to leave the institution, require a juvenile to provide a urine sample for the purpose of testing said urine for the presence of behavior-altering substances.

2.

Our Minister shall establish further rules regarding the manner of implementation of the urine test. These rules shall in any event concern the right of the juvenile to be informed of the result and to have a renewed examination of the provided urine sample conducted at their own expense. Article 34, paragraph 4, shall apply mutatis mutandis.

1.

De directeur kan, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel in verband met de beslissing tot plaatsing of overplaatsing dan wel in verband met de toestemming tot het verlaten van de inrichting, een jeugdige verplichten urine af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen.

2.

Onze Minister stelt nadere regels vast omtrent de wijze van uitvoering van het urineonderzoek. Deze regels betreffen in elk geval het recht van de jeugdige om de uitslag te vernemen en om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden. Artikel 34, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.