Dutch Legislation

Article 13

in force

Consultation of the employee representatives or interested employees, special rights of the works council, the employee representative body and the regulation of expert assistance

Working Conditions Act (Arbowet) · Chapter 3 · In force since 2025-01-01

Source
1.

The employer shall, with regard to the compliance with his obligations under this Act, be assisted by one or more expert employees. If a works council (ondernemingsraad) or staff representation (personeelsvertegenwoordiging) has been established in the enterprise or the establishment of the employer, the choice of the expert employee, referred to in the first sentence, and his positioning, shall be determined with the consent of that works council or staff representation. Article 27, third to sixth paragraphs, of the Works Councils Act (Wet op de ondernemingsraden) shall apply mutatis mutandis.

2.

Insofar as the possibilities are insufficient to organise the assistance within the enterprise or the establishment, the assistance shall be provided by a combination of expert employees and other expert persons.

3.

If there are no possibilities to organise the assistance within the company or the establishment, the assistance shall be provided by other expert persons.

4.

The employees and the other expert persons shall possess such expertise, experience and equipment, be such in number, available for such duration and so organised, that they are able to provide the assistance in a proper manner.

5.

The employer shall enable the employees to provide the assistance autonomously and independently. The employees shall not be prejudiced in their position in the company or the establishment by reason of the proper performance of their duties. Article 21, fourth sentence, of the Works Councils Act (Wet op de ondernemingsraden) shall apply mutatis mutandis.

6.

The expert persons shall provide their assistance while maintaining their autonomy and their independence in relation to the employer.

7.

The provision of assistance shall in any event include:

a.

providing cooperation in the performance and preparation of a risk identification and evaluation (risico-inventarisatie en -evaluatie) as referred to in Article 5;

b.

advising and closely cooperating with, respectively, the expert persons referred to in Article 14, paragraph 1, the works council or the employee representation, or, in the absence thereof, the interested employees, regarding the measures taken and to be taken, aimed at the best possible working conditions policy;

c.

the implementation of the measures referred to in point (b), or the cooperation therewith.

8.

A copy of an advice as referred to in paragraph 7, subparagraph b, shall be sent to the employer.

9.

In the risk assessment and evaluation, as referred to in Article 5, the measures shall be described that are necessary to comply with the fourth and tenth paragraphs.

10.

By way of derogation from paragraphs 1 to 3 inclusive, in the case of employers with no more than 25 employees, the tasks within the framework of assistance may also be performed by the employer himself, if such person is a natural person, or by the director if the employer is a legal person, provided that these persons possess sufficient expertise, experience and equipment to properly fulfil these tasks.

1.

De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van deze wet bijstaan door een of meer deskundige werknemers. Indien in het bedrijf of de inrichting van de werkgever een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, wordt de keuze voor de deskundige werknemer, bedoeld in de eerste zin, en diens positionering, bepaald met instemming van die ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Artikel 27, derde tot en met zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden is van overeenkomstige toepassing.

2.

Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een combinatie van deskundige werknemers en andere deskundige personen.

3.

Indien er geen mogelijkheden zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door andere deskundige personen.

4.

De werknemers en de andere deskundige personen beschikken over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting, zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de bijstand naar behoren kunnen verlenen.

5.

De werkgever stelt de werknemers in de gelegenheid de bijstand zelfstandig en onafhankelijk te verlenen. De werknemers worden uit hoofde van een juiste taakuitoefening niet benadeeld in hun positie in het bedrijf of de inrichting. Artikel 21, vierde zin, van de Wet op de ondernemingsraden is van overeenkomstige toepassing.

6.

De deskundige personen verlenen hun bijstand met behoud van hun zelfstandigheid en van hun onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever.

7.

Het verlenen van bijstand omvat in ieder geval:

a.

het verlenen van medewerking aan het verrichten en opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 5;

b.

het adviseren aan onderscheidenlijk nauw samenwerken met de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers, inzake de genomen en de te nemen maatregelen, gericht op een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid;

c.

de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in onderdeel b, dan wel de medewerking daaraan.

8.

Een afschrift van een advies als bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, wordt aan de werkgever gezonden.

9.

In de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, worden de maatregelen beschreven die nodig zijn om te voldoen aan het vierde en tiende lid.

10.

In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kunnen bij werkgevers met niet meer dan 25 werknemers de taken in het kader van de bijstand ook worden verricht door de werkgever zelf, indien deze natuurlijk persoon is, of door de directeur indien de werkgever rechtspersoon is, indien deze personen beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting om deze taken naar behoren te vervullen.