Dutch Legislation

Article 29a

in force

Transitional and final provisions

Sickness Benefits Act (ZW) · Chapter II · In force since 2013-01-01

Source
1.

The female insured person shall, if she, prior to the day on which she is entitled to a benefit pursuant to Article 3:7, paragraph 1, 3:8, paragraph 2, or 3:10, paragraph 1, of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg), becomes incapacitated for the performance of her work and such incapacity is caused by pregnancy, be entitled to sickness benefit in the amount of her daily wage from the first day on which such incapacity exists.

2.

The female insured person who, during the period in which she could have been entitled to a benefit pursuant to Article 3:7, paragraph 1, 3:8, paragraph 2, or 3:10, paragraph 1, of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg), but which benefit has not yet commenced, is unfit to perform her work due to illness, is entitled to sickness benefit in the amount of her daily wage. This sickness benefit shall be paid from the first day of the incapacity for work.

3.

The female insured person is not entitled to sickness benefit for periods during which she receives an allowance pursuant to Article 3:7, paragraph 1, 3:8, paragraph 1, or 3:10, paragraph 1, of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg).

4.

After the right to benefit pursuant to Article 3:7, paragraph 1, Article 3:8, paragraph 3, or Article 3:10, paragraph 1, of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg) has ended, the female insured person shall, if she is subsequently incapacitated for the performance of her work and such incapacity is caused by childbirth or the preceding pregnancy, be entitled to sickness benefit in the amount of her daily wage for as long as that incapacity lasts, but for a maximum of 104 consecutive weeks. This sickness benefit shall be paid from the first day after the right to benefit referred to in the first sentence has ended.

5.

Article 29, paragraph 5, shall not apply to the female insured person who, pursuant to paragraph 2 or 4 of this Article, is entitled to sickness benefit in the amount of her daily wage.

6.

Articles 29g and 30 shall remain inapplicable with respect to the female insured person who is entitled to sickness benefit pursuant to the first or second paragraph.

1.

De vrouwelijke verzekerde heeft, indien zij, voorafgaand aan de dag waarop zij recht heeft op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, ongeschikt wordt tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon vanaf de eerste dag waarop die ongeschiktheid bestaat.

2.

De vrouwelijke verzekerde die in de periode, waarin zij recht had kunnen hebben op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.

3.

De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld over perioden waarover zij uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, eerste lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg geniet.

4.

Nadat het recht op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, derde lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 104 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd.

5.

Artikel 29, vijfde lid, blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die, op grond van het tweede of vierde lid van dit artikel, recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon.

6.

De artikelen 29g en 30 blijven buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van het eerste of tweede lid recht heeft op ziekengeld.