Article 1c
in forceIntroductory provisions · § Definitions and scope provisions
Our Minister of Finance may, in cases to be determined by Order in Council, grant an exemption from the rules laid down by or pursuant to this Act to institutions that perform financial activities on an incidental or very limited basis, provided that there is a proven low risk of money laundering or terrorist financing. Conditions or restrictions may be attached to an exemption.
Our Minister of Finance may amend, revoke in whole or in part, or limit an exemption granted pursuant to the first paragraph, or attach further regulations thereto, if:
it has become apparent that incorrect or incomplete information was provided in the application for the exemption and that knowledge of the correct and complete information would have led to a different decision;
the holder of an exemption has concealed circumstances or facts on the basis of which, had they occurred or been known prior to the time at which the exemption was granted, the exemption would have been refused;
the holder of an exemption no longer complies with the rules established by or pursuant to this Act, or no longer complies with the requirements attached to the exemption, or fails to observe the imposed restrictions.
Further rules may be established by or pursuant to an Order in Council regarding the granting, amending, revoking, or limiting of an exemption.
Onze Minister van Financiën kan, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze wet gestelde regels aan instellingen die incidenteel of in zeer beperkte mate financiële werkzaamheden verrichten, indien er een bewezen laag risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
Onze Minister van Financiën kan een op grond van het eerste lid verleende ontheffing wijzigen, geheel of gedeeltelijk intrekken of beperken, dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden, indien:
is gebleken dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de houder van een ontheffing omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de ontheffing werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de ontheffing zou zijn geweigerd;
de houder van een ontheffing niet langer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel niet meer voldoet aan de aan de ontheffing verbonden voorschriften of de gestelde beperkingen niet naleeft.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen, wijzigen, intrekken of beperken van een ontheffing.