Article 54
in forceTransfer of the enforcement of Dutch judicial decisions · Petitions originating from the Netherlands
A person against whom a judgment has been rendered in default in the Netherlands, imposing a penalty or measure or a partial decision as referred to in § 5 of Chapter I of the Benelux Treaty on the enforcement of judicial decisions in criminal matters, may, when a request for enforcement or supplementation thereof has been made to the authorities of a foreign state, even if the final judgment has already acquired the force of res judicata, lodge an objection against that judgment until the expiry of a period determined by the applicable treaty after the judgment has been served upon him in person by the authorities of that state. Such an objection may only be lodged in the manner prescribed by the legislation of the requested state with the competent authorities of that state.
Degene tegen wie in Nederland bij verstek uitspraak is gedaan, houdende de oplegging van een straf of maatregel of een gedeeltelijke beslissing als bedoeld in § 5 van Hoofdstuk I van het Benelux-verdrag inzake de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in strafzaken, kan, wanneer een verzoek tot tenuitvoerlegging of aanvulling daarvan is gedaan aan de autoriteiten van een vreemde staat, ook als de einduitspraak reeds kracht van gewijsde heeft gekregen, tegen die uitspraak verzet doen tot het verstrijken van een door het toepasselijke verdrag bepaalde termijn nadat de uitspraak hem door de autoriteiten van die staat in persoon is betekend. Zulk verzet kan slechts worden gedaan op overeenkomstig de in de wetgeving van de aangezochte staat voorgeschreven wijze bij de bevoegde autoriteiten van die staat.