Article 13a
in forceProvisional measures · Seizure
Insofar as a treaty provides for this, objects may be seized at the request of a foreign state:
in respect of which a sanction aiming at forfeiture may be imposed under the law of the foreign state,
for the preservation of the right of recourse in respect of an obligation to pay a sum of money aimed at the deprivation of unlawfully obtained benefits, which may be imposed under the law of the foreign state, or
which may serve to demonstrate unlawfully obtained advantage.
Seizure, as referred to in the first paragraph, under (a) and (b), may only take place if, as evidenced by the information provided by the foreign state with its petition, an order for seizure has been issued by the competent authorities of that state, or would have been issued if the objects concerned were located within its territory, and seizure is permitted under Netherlands law.
For the application of the second paragraph, seizure under Dutch law is permitted if such would also have been possible had the act or acts in respect of which the seizure is requested by the foreign state been committed in the Netherlands.
Seizure of objects, as referred to in the first paragraph, under (a) and (b), may furthermore only take place if there are reasonable grounds to expect that, in that regard, a request for the enforcement of a forfeiture order or of a sanction aimed at the deprivation of illegally obtained benefits will be made by the requesting foreign state.
Voor zover een verdrag daarin voorziet kunnen op verzoek van een vreemde staat voorwerpen in beslag worden genomen:
ten aanzien waarvan naar het recht van de vreemde staat een tot verbeurdverklaring strekkende sanctie kan worden opgelegd,
tot bewaring van het recht tot verhaal voor een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende verplichting tot betaling van een geldbedrag welke naar het recht van de vreemde staat kan worden opgelegd, of
die kunnen dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen.
Inbeslagneming, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan slechts plaatsvinden indien blijkens de door de vreemde staat bij zijn verzoek verstrekte inlichtingen, door de bevoegde autoriteiten van die staat een bevel tot inbeslagneming is gegeven of zou zijn gegeven indien de desbetreffende voorwerpen zich binnen zijn grondgebied zouden bevinden, en inbeslagneming naar Nederlands recht is toegestaan.
Voor de toepassing van het tweede lid is inbeslagneming naar Nederlands recht toegestaan, indien zulks ook mogelijk zou zijn geweest wanneer het feit of de feiten naar aanleiding waarvan de inbeslagneming door de vreemde staat wordt verzocht in Nederland zou of zouden zijn begaan.
Inbeslagneming van voorwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan voorts slechts plaatsvinden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te dier aanzien vanwege de verzoekende vreemde staat een verzoek tot tenuitvoerlegging van een verbeurdverklaring of van een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende sanctie zal worden gedaan.