Article 50
in forceApproved institutions · Werkzaamheden
Our Minister may, upon the petition of an approved institution, determine that activities as mentioned and referred to in the provisions of and pursuant to Article 47, paragraph 1, points (b) through (f), with respect to an approved institution or cooperative partnership, do not constitute services of general economic interest.
For the application of the first paragraph:
is Article 21d also applicable with regard to those activities;
the activities concerned do not belong to the activities to which the relevant admitted institution gives priority pursuant to Article 46, preamble and first paragraph, point (b);
the relevant admitted institution or partnership is not entitled to compensation for the activities concerned;
is Article 48 not applicable to those activities and
the benefits, burdens, assets and liabilities connected with those activities shall be administratively consolidated with those connected with the other activities of the involved approved institution or partnership that do not pertain to services of general economic interest.
Further regulations may be provided by or pursuant to an Order in Council regarding the data to be submitted with the petition referred to in the first paragraph, the manner in which Our Minister involves those who have an interest in the application of that paragraph, and the grounds upon which Our Minister may apply that paragraph or refrain from such application.
Onze Minister kan op verzoek van een toegelaten instelling bepalen dat werkzaamheden als genoemd en bedoeld in het bepaalde bij en krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen b tot en met f, ten aanzien van een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang.
Bij toepassing van het eerste lid:
is artikel 21d mede van toepassing ten aanzien van die werkzaamheden;
behoren de betrokken werkzaamheden niet tot de werkzaamheden waaraan de betrokken toegelaten instelling ingevolge artikel 46, aanhef en eerste lid, onderdeel b, voorrang geeft;
komt de betrokken toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap geen compensatie toe voor de betrokken werkzaamheden;
is artikel 48 niet van toepassing op die werkzaamheden en
worden de baten, lasten, activa en passiva die zijn verbonden met die werkzaamheden administratief samengevoegd met die, verbonden met de overige werkzaamheden van de betrokken toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken gegevens, de wijze waarop Onze Minister degenen die een belang hebben bij toepassing van dat lid daarbij betrekt en de gronden waarop Onze Minister dat lid kan toepassen dan wel van die toepassing kan afzien.