Article 49a
in forceApproved institutions · Werkzaamheden
The authorized institution shall not apply Article 49, paragraph 1, first sentence, and Article 25b, paragraph 1, of the Competition Act, or Article 49, paragraph 1, first sentence, and paragraph 2, until the intended manner in which these are to be applied has been approved by Our Minister. It shall submit a proposal to that effect to him.
The authorized institution may, in the proposal, request Our Minister to apply Article 50, paragraph 1.
Our Minister shall take a decision regarding the approval of the proposal within twelve weeks of receipt thereof, which period he may extend, by written notification to the admitted institution, each time by a period to be determined by him of at most six weeks, of which extension he shall give notice before the expiry of the first-mentioned period or the period last extended. The admitted institution shall apply the provisions of Article 49, paragraph 1, first sentence, and Article 25b, paragraph 1, of the Competition Act (Mededingingswet), or Article 49, paragraph 1, first sentence, and paragraph 2, with effect from 1 January following the time at which Our Minister has approved the proposal.
If the approved proposal contains a petition as referred to in the second paragraph, the second paragraph of Article 50 shall apply thereto.
De toegelaten instelling geeft geen toepassing aan de artikelen 49, eerste lid, eerste zin, en 25b, eerste lid, van de Mededingingswet, of aan artikel 49, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, dan nadat de beoogde wijze waarop hieraan toepassing zal worden gegeven is goedgekeurd door Onze Minister. Zij doet een voorstel daartoe aan hem toekomen.
De toegelaten instelling kan in het voorstel Onze Minister verzoeken om toepassing te geven aan artikel 50, eerste lid.
Onze Minister neemt binnen twaalf weken na ontvangst van het voorstel een besluit omtrent de goedkeuring daarvan, welke termijn hij, door schriftelijke kennisgeving daarvan aan de toegelaten instelling, telkens kan verlengen met een door hem daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes weken, van welke verlenging hij kennis geeft voor het verstrijken van de eerstgenoemde dan wel de voor de laatste maal verlengde termijn. De toegelaten instelling geeft toepassing aan de artikelen 49, eerste lid, eerste volzin, en 25b, eerste lid, van de Mededingingswet, of aan artikel 49, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, met ingang van 1 januari volgend op het tijdstip waarop Onze Minister het voorstel heeft goedgekeurd.
Indien het goedgekeurde voorstel een verzoek bevat als bedoeld in het tweede lid, is daarop het tweede lid van artikel 50 van toepassing.