Dutch Legislation

Article 44d

in force

Approved institutions · Werkzaamheden

Housing Act · Chapter IV · Section 3 · In force since 2022-01-01

Source
1.

If an approved institution or partnership that holds land in perpetual leasehold (eeuwigdurende erfpacht) from the municipality wishes to change the designation of that land to land intended for rental dwellings with an initial rent of at least the amount referred to in Article 13, paragraph 1, under a, of the Housing Benefit Act (Wet op de huurtoeslag), and at most an initial rent to be determined in a municipal ordinance and to be indexed annually, the municipality may not attach the condition that the ground rent (canon) be increased to the consent referred to in Article 89, paragraph 2, of Book 5 of the Civil Code. Any provision to the contrary in the deed of establishment is voidable.

2.

If an approved institution or cooperative partnership has a financial advantage over other market parties as a result of the application of the first paragraph, this advantage shall accrue to the performance of the services of general economic interest that have been entrusted to it or the cooperative partnership. Further regulations regarding the manner in which this advantage is determined shall be laid down by Order in Council.

1.

Indien een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap die grond in eeuwigdurende erfpacht heeft van de gemeente, de bestemming van die grond wil wijzigen in bestemd voor huurwoningen met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste een in een gemeentelijke verordening bepaalde, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs, kan de gemeente aan de toestemming, bedoeld in artikel 89 lid 2 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, niet de voorwaarde verbinden dat de canon wordt verhoogd. Een andersluidend beding in de akte van vestiging is vernietigbaar.

2.

Indien een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschap als gevolg van toepassing van het eerste lid een financieel voordeel heeft ten opzichte van andere marktpartijen, komt dit voordeel ten goede aan de uitvoering van de diensten van algemeen economisch belang, die aan haar of de samenwerkingsvennootschap zijn opgedragen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven over de wijze waarop dit voordeel wordt bepaald.