Article 27
in forceApproved institutions · Rechtsvorm en organisatie
Subject to the approval of Our Minister, upon a petition to that effect from the admitted institution, and except in cases determined by or pursuant to an Order in Council, the decisions of the board regarding the following are subject to approval:
the alienation of immovable property and its immovable and infrastructural appurtenances of the approved institution, the establishment of a right of ground lease (erfpacht), right of superficies (opstal), or usufruct (vruchtgebruik) thereon, and the transfer of the beneficial ownership thereof;
the alienation by the approved institution of shares in a subsidiary and
transfer or succession of the enterprise maintained by the approved institution, or a predominant part of that enterprise, to a third party.
Our Minister may decide not to approve a decision as referred to in the first paragraph, preamble and point (a) or (c), in the case and under the conditions referred to in Article 3 of the Public Administration (Probity Screening) Act (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), with the understanding that the person involved as referred to in Article 1, first paragraph, of that Act shall be understood to mean:
for the application of Articles 3, 4, 12, 26, 30 and 32 of that Act, the counterparty of the admitted institution shall be understood to mean and
For the application of Articles 28, paragraph 3, and 33 of that Act, the counterparty shall also be understood to be included.
Before Our Minister applies the second paragraph, he may request an advice as referred to in Article 9 of the Act on the promotion of integrity assessments by public administration from the Agency for integrity assessments by public administration (Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), as referred to in Article 8 of the Act on the promotion of integrity assessments by public administration.
A decision as referred to in the first paragraph, preamble and point (a) or (b), which is taken or executed without the approval of Our Minister, is void.
Further regulations may be provided by or pursuant to an Order in Council regarding the data to be submitted with the petition referred to in the first paragraph, the manner in which Our Minister involves those who have an interest in the approval referred to in that paragraph, and the grounds upon which Our Minister may approve such decisions or withhold his approval thereof.
Aan de goedkeuring van Onze Minister, op een daartoe strekkend verzoek van de toegelaten instelling, zijn, behoudens in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen, onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:
het vervreemden van onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden van de toegelaten instelling, het daarop vestigen van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik, en het overdragen van de economische eigendom daarvan;
het vervreemden door de toegelaten instelling van aandelen in een dochtermaatschappij en
overdracht of overgang van de door de toegelaten instelling in stand gehouden onderneming dan wel een overwegend deel van die onderneming aan een derde.
Onze Minister kan besluiten om een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a of c, niet goed te keuren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, met dien verstande dat onder betrokkene als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet:
voor de toepassing van de artikelen 3, 4, 12, 26, 30 en 32 van die wet wordt verstaan de wederpartij van de toegelaten instelling en
voor de toepassing van de artikelen 28, derde lid, en 33 van die wet die wederpartij mede wordt verstaan.
Voordat Onze Minister toepassing geeft aan het tweede lid, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies vragen als bedoeld in artikel 9 van die wet.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a of b, dat wordt genomen of uitgevoerd zonder dat Onze Minister het heeft goedgekeurd, is nietig.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken gegevens, de wijze waarop Onze Minister degenen die een belang hebben bij de goedkeuring, bedoeld in dat lid, daarbij betrekt en de gronden waarop Onze Minister zodanige besluiten kan goedkeuren dan wel zijn goedkeuring daaraan kan onthouden.