Dutch Legislation

Article 43

in force

Deeds, minutes, engrossments and copies

Notaries Act (Wna) · Title V · In force since 2004-08-01

Source
1.

The parties to the deed and any other persons who may appear at the execution of the deed shall be given the opportunity to take cognizance of the contents of the deed in good time beforehand. Before proceeding to the execution of a deed, the civil-law notary shall inform the appearing persons of the essential contents thereof and provide an explanation. If necessary, he shall also point out the consequences arising from the contents of the deed for the parties or one or more of them. If it does not concern a deed as referred to in the second paragraph and the appearing persons declare that they have taken cognizance of the contents of the deed and consent to a limited reading, the civil-law notary shall in any event read the following parts of the deed to them:

a.

the first names, the surname and the place of business of the civil-law notary, and the date and place of the execution of the deed;

b.

the particulars of the appearing persons and of the parties;

c.

the conclusion.

2.

For deeds executed in the presence of witnesses, the civil-law notary shall always read the full text aloud. He shall also comply with the duty to provide information referred to in the second and third sentences of the first paragraph in the presence of the witnesses.

3.

The described pages of the deed shall be numbered consecutively. Insofar as a page does not contain the signature as referred to in the fourth paragraph, or the pages have not already been initialled in application of Article 45, paragraph 1, point (d), they shall be initialled by the civil-law notary.

4.

The deed shall be signed by each of the appearing persons immediately after it has been read aloud. Immediately thereafter, the civil-law notary shall sign the deed. If a person declares that they are unable to sign, a statement to this effect, as well as the reason for the impediment, shall be recorded. A deed executed in the presence of witnesses shall be signed by the witnesses and the civil-law notary immediately after it has been read aloud. If it concerns a deed as referred to in Article 40, paragraph 3, the civil-law notary shall, before proceeding to sign, record the hour and minute of that signing in the deed.

5.

The notification of the essential contents and the explanation thereof in accordance with the first paragraph of this article, the limited or full reading in accordance with the first or second paragraph, as well as the signing in accordance with the fourth paragraph, shall be recorded in the closing part of the deed.

6.

In the event of non-compliance with the requirements of the first sentence of the second paragraph and the first up to and including the fourth sentence of the fourth paragraph, the deed lacks authenticity and does not satisfy the requirements for which the form of a notarial deed is prescribed.

1.

De partijen bij de akte en de bij het verlijden van de akte eventueel verschijnende andere personen krijgen tijdig tevoren de gelegenheid om van de inhoud van de akte kennis te nemen. Alvorens tot het verlijden van een akte over te gaan, doet de notaris aan de verschijnende personen mededeling van de zakelijke inhoud daarvan en geeft daarop een toelichting. Zo nodig wijst hij daarbij tevens op de gevolgen die voor partijen of één of meer hunner uit de inhoud van de akte voortvloeien. Indien het niet betreft een akte als bedoeld in het tweede lid en de verschijnende personen verklaren van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen en met beperkte voorlezing in te stemmen, leest de notaris hun in elk geval de volgende gedeelten van de akte voor:

a.

de voornamen, de naam en de plaats van vestiging van de notaris en de datum en de plaats van het verlijden van de akte;

b.

de gegevens van de verschijnende personen en van de partijen;

c.

het slot.

2.

Van akten die in tegenwoordigheid van getuigen worden verleden, leest de notaris steeds de volledige tekst voor. Hij voldoet dan eveneens in het bijzijn van getuigen aan de in de tweede en derde zin van het eerste lid genoemde informatieplicht.

3.

De beschreven bladzijden van de akte worden doorlopend genummerd. Voor zover op een blad niet de ondertekening voorkomt als bedoeld in het vierde lid of de bladen niet reeds met toepassing van artikel 45, eerste lid, onderdeel d, van een paraaf zijn voorzien, worden zij door de notaris van een paraaf voorzien.

4.

De akte wordt door ieder der verschijnende personen onmiddellijk na voorlezing ondertekend. Onmiddellijk daarna ondertekent de notaris de akte. Indien een persoon verklaart niet te kunnen ondertekenen zal van deze verklaring, alsmede de reden van verhindering, melding worden gemaakt. Een akte die in tegenwoordigheid van getuigen wordt verleden, wordt door de getuigen en de notaris onmiddellijk na voorlezing ondertekend. Betreft het een akte als bedoeld in artikel 40, derde lid, dan neemt de notaris, voordat hij tot ondertekening overgaat, het uur en de minuut van die ondertekening in de akte op.

5.

Van de mededeling van de zakelijke inhoud en de toelichting daarop overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, van de beperkte of volledige voorlezing overeenkomstig het eerste of het tweede lid, alsmede van de ondertekening overeenkomstig het vierde lid wordt in het slot van de akte melding gemaakt.

6.

In geval van niet-naleving van de voorschriften van de eerste volzin van het tweede lid en de eerste tot en met vierde volzin van het vierde lid mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist.