Dutch Legislation

Article 31

in force

The traineeship, the registration of working hours and the professional training of the candidate civil-law notary

Notaries Act (Wna) · Title IV · In force since 2013-01-01

Source
1.

Before being eligible for appointment as a civil-law notary, a candidate civil-law notary must have been employed at one or more civil-law notary offices in the Netherlands for a traineeship of at least six years. In the event of part-time employment of less than an average of 28 hours per week, the required duration of the traineeship shall be extended proportionally, provided that in the case of an average of at least 21 hours per week, the extended duration shall be a maximum of eight years. The traineeship commences on the day of the notification referred to in Article 32, paragraph 1.

2.

It shall be determined by regulation which obligations the civil-law notary and the junior civil-law notary must fulfill during the traineeship.

3.

At the request of a junior civil-law notary (kandidaat-notaris), the KNB may decide to shorten the term referred to in the first paragraph if certain activities of the petitioner, other than those referred to in the first paragraph, are relevant to the preparation for the office of civil-law notary.

4.

Further rules shall be laid down by ordinance regarding the handling of the petition referred to in the third paragraph and the valuation of the activities.

1.

Een kandidaat-notaris moet, alvorens tot notaris te kunnen worden benoemd, gedurende een stage van ten minste zes jaren werkzaam zijn geweest op één of meer notariskantoren in Nederland. In geval van werkzaamheid in deeltijd van minder dan een gemiddelde van 28 uur per week wordt de vereiste duur van de stage naar evenredigheid verlengd, met dien verstande dat bij een gemiddelde van ten minste 21 uur per week de verlengde duur maximaal acht jaren bedraagt. De stage vangt aan op de dag van de kennisgeving, bedoeld in artikel 32, eerste lid.

2.

Bij verordening wordt bepaald aan welke verplichtingen de notaris en de kandidaat-notaris gedurende de stage moeten voldoen.

3.

Op verzoek van een kandidaat-notaris kan de KNB besluiten tot verkorting van de in het eerste lid bedoelde termijn indien bepaalde werkzaamheden van de verzoeker, anders dan bedoeld in het eerste lid, relevant zijn voor de voorbereiding op het notarisambt.

4.

Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende de behandeling van het verzoek, bedoeld in het derde lid, en de waardering van de werkzaamheden.