Article 3:12
in forceConditional sentencing, conditional release and community service orders · Recognition and enforcement of foreign judicial decisions in the Netherlands · § The decision regarding recognition
The Public Prosecution Service shall refuse the recognition of the judicial decision if:
the certificate has not been submitted, is incomplete or is manifestly not in accordance with the judicial decision, and the request referred to in Article 3:8, paragraph 4, has not been complied with within a reasonable period;
the conditions for recognition, as referred to in Article 3:4, have not been met;
the convicted person had not yet reached the age of twelve years at the time of the commission of the act;
the enforcement of the judicial decision is incompatible with an immunity applicable under Netherlands law;
the enforcement of the judicial decision is incompatible with the principle underlying Article 68 of the Criminal Code and Article 255, paragraph 1, of the Code of Criminal Procedure;
the fact to which the judicial decision relates would not be punishable under Netherlands law, if it had been committed in the Netherlands;
that jurisdiction could be exercised under Netherlands law over the fact to which the judicial decision relates and that the right to execute the imposed sanction would have become time-barred under Netherlands law;
the certificate shows that:
the convicted person has not been informed, in accordance with the law of the issuing Member State, either personally or through a representative competent under national law, of his right to contest the case, as well as of the time limits within which such legal remedy must be exercised; or
the convicted person did not appear in person at the trial resulting in the judicial decision, unless the certificate states that the convicted person, in accordance with the procedural requirements of the issuing Member State:
has been summoned in due time and in person and has thereby been informed of the date and place of the hearing that led to the judicial decision, or has otherwise been effectively officially notified of the date and place of the hearing, such that it is established in an unambiguous manner that he was aware of the intended hearing and was informed that a decision may be rendered if he does not appear at the hearing; or
was aware of the intended hearing of the case and has authorised a lawyer of his own choosing or a lawyer assigned to him by the government to conduct his defence, and that said lawyer has conducted his defence at the hearing; or
after the judicial decision was served upon him and he was expressly informed of his right to an opposition procedure or an appeal procedure, in which he has the right to be present and during which the case is examined anew on its merits and new evidence is admitted, and which may lead to a revision of the original decision, has expressly indicated that he does not contest the decision or has not lodged an opposition or an appeal within the prescribed time limit; or
the convicted person did not appear in person, unless the certificate states that the convicted person, after having been explicitly informed of the proceedings at the hearing and of the possibility to be present in person at the hearing, has explicitly declared to waive his right to an oral hearing and has explicitly indicated that he does not contest the case.
the obligation imposed upon the convicted person concerns a medical or therapeutic treatment that cannot be executed in accordance with Dutch law or within the framework of the Dutch healthcare system.
The Public Prosecution Service shall not refuse the recognition of the judicial decision on the grounds of the first paragraph, points (a), (b), (e) and (i), until the competent authority of the issuing Member State has been given the opportunity to provide information in this regard.
Het openbaar ministerie weigert de erkenning van de rechterlijke uitspraak indien:
het certificaat niet is overgelegd, onvolledig is of kennelijk niet in overeenstemming is met de rechterlijke uitspraak en niet binnen redelijke termijn aan het verzoek, bedoeld in artikel 3:8., vierde lid, is voldaan;
niet is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning, bedoeld in artikel 3:4;
de veroordeelde ten tijde van het begaan van het feit de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;
de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak onverenigbaar is met een naar Nederlands recht geldende immuniteit;
de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak onverenigbaar is met het aan artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 255, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering ten grondslag liggende beginsel;
het feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft, indien het in Nederland was begaan, naar Nederlands recht niet strafbaar zou zijn;
over het feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft naar Nederlands recht rechtsmacht kon worden uitgeoefend en het recht tot uitvoering van de opgelegde sanctie naar Nederlands recht zou zijn verjaard;
uit het certificaat blijkt dat:
de veroordeelde niet in overeenstemming met het recht van de uitvaardigende lidstaat in persoon of via een naar het nationale recht bevoegde vertegenwoordiger in kennis is gesteld van zijn recht om de zaak te betwisten, alsmede van de termijnen waarbinnen dat rechtsmiddel moet worden aangewend; of
de veroordeelde niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot de rechterlijke uitspraak heeft geleid, tenzij in het certificaat is vermeld dat de veroordeelde, overeenkomstig de procedurevoorschriften van de uitvaardigende lidstaat:
tijdig en in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en de plaats van de behandeling ter terechtzitting die tot de rechterlijke uitspraak heeft geleid of anderszins daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van de behandeling ter terechtzitting, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van de voorgenomen terechtzitting en ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet ter terechtzitting verschijnt; of
op de hoogte was van de voorgenomen behandeling ter terechtzitting en een door hem gekozen of een hem van overheidswege toegewezen advocaat heeft gemachtigd zijn verdediging te voeren en dat die advocaat ter terechtzitting zijn verdediging heeft gevoerd; of
nadat de rechterlijke uitspraak aan hem was betekend en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn en tijdens welke de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke uitspraak, uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de uitspraak niet betwist of niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend; of
de veroordeelde niet in persoon is verschenen, tenzij in het certificaat is vermeld dat de veroordeelde, na uitdrukkelijk te zijn geïnformeerd over de behandeling ter terechtzitting en over de mogelijkheid om in persoon ter terechtzitting aanwezig te zijn, uitdrukkelijk heeft verklaard afstand te doen van zijn recht op een mondelinge behandeling en uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de zaak niet betwist.
de aan de veroordeelde opgelegde verplichting een medische of therapeutische behandeling betreft die niet ten uitvoer kan worden gelegd overeenkomstig het Nederlandse recht of binnen de kaders van het Nederlandse stelsel van gezondheidszorg.
Het openbaar ministerie weigert de erkenning van de rechterlijke uitspraak niet op grond van het eerste lid, onderdelen a, b, e en i, dan nadat de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat in de gelegenheid is gesteld hieromtrent inlichtingen te verschaffen.