Dutch Legislation

Article 385

in force

Special provisions for legal proceedings before the subdistrict court (kantonrechter)

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title VIII · In force since 2002-01-01

Source
1.

The institution of proceedings by means of a summons may only take place in the event of a discovery in flagrante delicto by an investigating officer. The institution of proceedings is effected by the investigating officer serving a summons, dated and signed by him, upon the suspect.

2.

Upon service, the content and purport of the summons shall, if possible, be briefly explained orally to the defendant.

3.

If a summons is not accepted by the suspect, the time of the refusal by the suspect shall be deemed the time of service.

4.

The investigating officer shall record the content and the service of the summons, or the tendering and refusal of the summons and the reason for such refusal, in his official report (proces-verbaal).

5.

In the event of the arrest of the suspect in accordance with Article 53, a summons may be served upon him without delay in order for him to appear before the cantonal judge at the hearing on that same day. The suspect shall first be brought before the competent public prosecutor and subsequently before the cantonal judge. Articles 386, paragraphs two and three, and 398, under 2°, shall not apply in this case.

1.

Het aanhangig maken van de zaak door oproeping kan enkel plaatsvinden in geval van ontdekking op heter daad door een opsporingsambtenaar. Het aanhangig maken geschiedt doordat de opsporingsambtenaar een door hem gedagtekende en ondertekende oproeping aan de verdachte uitreikt.

2.

Bij de uitreiking worden inhoud en strekking van de oproeping aan de verdachte, zo mogelijk, mondeling kort toegelicht.

3.

Wordt een oproeping door de verdachte niet aangenomen, dan geldt het tijdstip van de weigering van de verdachte als tijdstip van uitreiking.

4.

Van de inhoud en van het uitreiken van de oproeping dan wel van het aanbieden en weigeren van de oproeping en de reden van weigering maakt de opsporingsambtenaar in zijn proces-verbaal melding.

5.

In geval van aanhouding van de verdachte overeenkomstig artikel 53, kan hem onverwijld een oproeping worden uitgereikt teneinde nog op diezelfde dag ter terechtzitting van de kantonrechter te verschijnen. De verdachte wordt eerst voor het bevoegde openbaar ministerie en vervolgens voor de kantonrechter geleid. Artikelen 386, tweede en derde lid, en 398, onder 2°, blijven in dit geval buiten toepassing.