Dutch Legislation

Article 226j

in force

Investigation by the examining magistrate · Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title III · Section B · In force since 2013-01-01

Source
1.

After the agreement has been judged lawful, the witness referred to in Article 226g, paragraph 1, shall be heard by the examining magistrate.

2.

This witness cannot be heard with application of Articles 226a up to and including 226f.

3.

As soon as the interests of the investigation permit, the examining magistrate shall notify the suspect, against whom the statement has been made, of the conclusion of the agreement and the content thereof, with the proviso that no notification need be given of the measures referred to in Article 226l.

4.

The examining magistrate may, in the interest of the investigation, ex officio, upon the demand of the public prosecutor, or at the request of the witness, order that the identity of the witness be kept concealed from the suspect for a specified period. The order shall be lifted by the examining magistrate before the conclusion of the investigation.

1.

Nadat de afspraak rechtmatig is geoordeeld wordt de getuige bedoeld in artikel 226g, eerste lid, door de rechter-commissaris gehoord.

2.

Deze getuige kan niet worden gehoord met toepassing van de artikelen 226a tot en met 226f.

3.

Zodra het belang van het onderzoek dat toelaat, geeft de rechter-commissaris van het totstandkomen van de afspraak en de inhoud daarvan kennis aan de verdachte, te wiens laste de verklaring is afgelegd, met dien verstande dat geen mededeling behoeft te worden gedaan van de maatregelen, bedoeld in artikel 226l.

4.

De rechter-commissaris kan in het belang van het onderzoek ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de getuige bevelen dat de identiteit van de getuige voor een bepaalde termijn voor de verdachte verborgen wordt gehouden. Het bevel wordt voor de beëindiging van het onderzoek door de rechter-commissaris opgeheven.