Dutch Legislation

Article 222

in force

Investigation by the examining magistrate · Het verhoor van den getuige

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title III · Section 4 · In force since 2018-10-01

Source
1.

The court shall order the detention of the witness for a period of no more than twelve days if this is urgently necessary in the interest of the investigation. In doing so, it shall determine the time at which the witness is to be brought before it again for the purpose of being heard.

2.

The court may, upon the report of the examining magistrate, upon the motion of the public prosecutor, or upon the petition of the suspect, order that the detention of the witness who, during his examination, has indicated that he persists in his refusal to comply with his obligation to answer and has no lawful ground for doing so, be extended each time by a maximum of twelve days. In doing so, it shall each time determine a time for appearance.

3.

Prior to the decision to grant an order for civil imprisonment (gijzeling) or the extension thereof, the court may seek information from a representative of the professional group to which the witness, as referred to in Articles 218 up to and including 219b, belongs.

1.

De rechtbank beveelt de gijzeling van de getuige voor ten hoogste twaalf dagen indien dit in het belang van het onderzoek dringend noodzakelijk is. Zij bepaalt daarbij het tijdstip waarop de getuige wederom aan haar wordt voorgeleid teneinde te worden gehoord.

2.

De rechtbank kan op verslag van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie, of op verzoek van de verdachte bevelen dat de gijzeling van de getuige die bij zijn verhoor te kennen heeft gegeven te blijven bij zijn weigering aan zijn verplichting tot antwoorden te voldoen en daarvoor geen wettige grond heeft, telkens met ten hoogste twaalf dagen wordt verlengd. Zij bepaalt daarbij telkens een tijdstip van voorgeleiding.

3.

De rechtbank kan zich voorafgaand aan de beslissing tot het verlenen van het bevel tot gijzeling of de verlenging daarvan laten voorlichten door een vertegenwoordiger van de beroepsgroep, waartoe de getuige, bedoeld in artikelen 218 tot en met 219b, behoort.