Article 229
in forceOf cheques, and of promissory notes and receipts to bearer · Of limitation periods
The claims for recourse of the holder against the endorsers, the drawer and the other cheque debtors are prescribed by a lapse of six months, calculated from the end of the period for presentment.
The claims for recourse of the various cheque debtors against one another, who are liable for the payment of a cheque, become prescribed by a lapse of six months, calculated from the day on which the cheque debtor paid the cheque in satisfaction of his obligation of recourse, or from the day on which he himself was sued in court.
The limitation referred to in the first and second paragraphs cannot be invoked by the drawer, if or to the extent that he has not provided funds, nor by the drawer or the endorsers, who would have been unjustly enriched; all without prejudice to the provisions of Article 306 of Book 3 of the Civil Code.
De regresvorderingen van den houder tegen de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van het einde van den termijn van aanbieding.
De regresvorderingen van de verschillende chèqueschuldenaren tegen elkander, die gehouden zijn tot de betaling van eene chèque, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de chèqueschuldenaar ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, of van den dag, waarop hij zelf in rechte is aangesproken.
De in het eerste en tweede lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den trekker, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den trekker of de endossanten, die zich ongerechtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.