Dutch Legislation

Article 35b

in force

Employee participation in small enterprises

Works Councils Act (WOR) · Chapter VA · In force since 2019-01-01

Source
1.

The entrepreneur who maintains an enterprise in which, as a rule, at least 10 persons but fewer than 50 persons are employed and for which no works council or staff representation body has been established, is obliged to provide the persons employed in this enterprise the opportunity to meet with him collectively at least twice per calendar year. Furthermore, he is obliged to meet with the persons employed in the enterprise when at least one-fourth of them submit a reasoned petition to that effect.

2.

In the meetings referred to in the first paragraph, matters concerning the enterprise shall be discussed in respect of which the entrepreneur or persons employed in the enterprise deem consultation desirable. Every person employed in the enterprise is authorised to make proposals and to express viewpoints regarding these matters.

3.

If the entrepreneur does not manage the enterprise personally, the consultation shall be conducted on their behalf by the manager of the enterprise. In the event of an impediment, the entrepreneur and the manager may be represented by a person employed in the enterprise who is authorised to conduct consultations with the employees on behalf of the entrepreneur.

4.

In the meetings referred to in the first paragraph, the general course of affairs of the enterprise shall be discussed at least once a year. To this end, the entrepreneur shall provide, orally or in writing, general information regarding the activities and the results of the enterprise in the past year, as well as regarding his expectations in that regard for the coming year. Insofar as the entrepreneur is obliged to deposit his annual accounts and management report for public inspection, copies of these annual documents, drawn up in the Dutch language, shall be provided to the persons employed in the enterprise for discussion. Furthermore, the entrepreneur shall provide, orally or in writing, general information regarding the social policy pursued and to be pursued by him with respect to the persons employed in the enterprise.

5.

The persons employed in the enterprise shall be given the opportunity by the entrepreneur, in a meeting as referred to in the first paragraph, to render advice regarding any decision intended by him that may lead to the loss of employment or to a significant change in the work, the terms of employment, or the working conditions of at least one-fourth of the persons employed in the enterprise. The advice shall be requested at such a time that it can have a substantial influence on the decision to be taken. The obligation referred to in the first sentence does not apply if and insofar as the matter concerned is already substantively regulated for the enterprise in a collective labour agreement or in a regulation established by a public law body.

6.

The entrepreneur is obliged, upon request, to provide the persons working in the enterprise with all information and data regarding the pension employment conditions that they reasonably require for the purposes of the meetings referred to in the first paragraph. The information or data shall be provided in writing if the entrepreneur has them available in writing.

7.

The entrepreneur is obliged to inform the persons working in the enterprise as soon as possible of any intended adoption, amendment, or withdrawal of an implementation agreement as referred to in Article 1 of the Pensions Act or an implementation regulation as referred to in part (b) of the definition of implementation regulation in Article 1 of the Pensions Act. The information shall be provided in writing if the entrepreneur has the information available in writing.

8.

The obligations referred to in the preceding paragraphs do not apply with respect to persons who have been employed in the enterprise for less than six months. They shall lapse when the entrepreneur has established a works council (ondernemingsraad) by applying Article 5a, but shall enter into force again when the works council (ondernemingsraad) ceases to exist pursuant to Article 5a, paragraph 1, or has been dissolved in accordance with the second paragraph of that article.

1.

De ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 10 personen maar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvoor geen ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, is verplicht de in deze onderneming werkzame personen tenminste tweemaal per kalenderjaar in de gelegenheid te stellen gezamenlijk met hem bijeen te komen. Hij is voorts verplicht met de in de onderneming werkzame personen bijeen te komen, wanneer tenminste een vierde van hen daartoe een met redenen omkleed verzoek doet.

2.

In de in het eerste lid bedoelde vergaderingen worden de aangelegenheden, de onderneming betreffende, aan de orde gesteld ten aanzien waarvan de ondernemer of in de onderneming werkzame personen overleg wenselijk achten. Iedere in de onderneming werkzame persoon is bevoegd omtrent deze aangelegenheden voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken.

3.

Indien de ondernemer de onderneming niet zelf bestuurt, wordt het overleg voor hem gevoerd door de bestuurder van de onderneming. De ondernemer en de bestuurder kunnen zich bij verhindering laten vervangen door een in de onderneming werkzame persoon die bevoegd is om namens de ondernemer overleg met de werknemers te voeren.

4.

In de in het eerste lid bedoelde vergaderingen wordt tenminste eenmaal per jaar de algemene gang van zaken van de onderneming besproken. De ondernemer verstrekt daartoe mondeling of schriftelijk algemene gegevens omtrent de werkzaamheden en de resultaten van de onderneming in het afgelopen jaar, alsmede omtrent zijn verwachtingen dienaangaande in het komende jaar. Voor zover de ondernemer verplicht is zijn jaarrekening en bestuursverslag ter inzage van een ieder neer te leggen, worden in de Nederlandse taal gestelde exemplaren van deze jaarstukken ter bespreking aan de in de onderneming werkzame personen verstrekt. De ondernemer verstrekt voorts mondeling of schriftelijk algemene gegevens inzake het door hem ten aanzien van de in de onderneming werkzame personen gevoerde en te voeren sociale beleid.

5.

De in de onderneming werkzame personen worden door de ondernemer, in een vergadering als bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over elk door hem voorgenomen besluit dat kan leiden tot verlies van de arbeidsplaats of tot een belangrijke verandering van de arbeid, de arbeidsvoorwaarden of de arbeidsomstandigheden van tenminste een vierde van de in de onderneming werkzame personen. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. De in de eerste volzin bedoelde verplichting geldt niet, indien en voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk geregeld is in een collectieve arbeidsovereenkomst of in een regeling, vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.

6.

De ondernemer is verplicht desgevraagd aan de in de onderneming werkzame personen alle inlichtingen en gegevens te verstrekken inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen die zij redelijkerwijze nodig hebben ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde vergaderingen. De inlichtingen of gegevens worden schriftelijk verstrekt, indien de ondernemer deze schriftelijk beschikbaar heeft.

7.

De ondernemer is verplicht de in de onderneming werkzame personen zo spoedig mogelijk te informeren over elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of een uitvoeringsreglement als bedoeld in onderdeel b van de definitie van uitvoeringsreglement in artikel 1 van de Pensioenwet. De informatie wordt schriftelijk verstrekt, indien de ondernemer de informatie schriftelijk beschikbaar heeft.

8.

De in de voorgaande leden bedoelde verplichtingen gelden niet ten aanzien van personen die nog geen zes maanden in de onderneming werkzaam zijn. Zij vervallen wanneer de ondernemer met toepassing van artikel 5a een ondernemingsraad heeft ingesteld, maar treden weer in werking wanneer de ondernemingsraad op grond van artikel 5a, eerste lid, ophoudt te bestaan of overeenkomstig het tweede lid van dat artikel is opgeheven.