Dutch Legislation

Article 26

in force

Special powers of the works council

Works Councils Act (WOR) · Chapter IVA · In force since 2017-09-01

Source
1.

The works council may lodge an appeal with the Enterprise Chamber (Ondernemingskamer) of the Amsterdam Court of Appeal against a decision of the entrepreneur as referred to in Article 25, paragraph 5, either when that decision is not in accordance with the advice of the works council, or when facts or circumstances have become known which, had they been known to the works council at the time of issuing its advice, could have been grounds for not issuing that advice as it was issued.

2.

The appeal shall be initiated by the filing of a petition within one month after the works council has been notified of the decision referred to in the first paragraph.

3.

The entrepreneur shall be notified of the lodged appeal.

4.

The appeal may be lodged exclusively on the ground that the entrepreneur, upon weighing the interests involved, could not reasonably have arrived at his decision.

5.

The Enterprise Chamber shall hear the petition with the utmost urgency. Before deciding, it may, also of its own motion, hear experts as well as persons employed in the enterprise. If the Enterprise Chamber finds the appeal well-founded, it shall declare that the entrepreneur, upon weighing the interests involved, could not reasonably have arrived at the decision in question. Furthermore, if the works council has so requested, it may order one or more of the following measures:

a.

imposing an obligation on the entrepreneur to revoke the decision in whole or in part, as well as to reverse the consequences of that decision;

b.

imposing a prohibition on the entrepreneur to perform or to have performed acts for the implementation of the decision or parts thereof.

A provision of the Enterprise Chamber (Ondernemingskamer) cannot prejudice rights acquired by third parties.

6.

It is prohibited to fail to comply with an obligation or to violate a prohibition as referred to in the preceding paragraph, respectively.

7.

The Enterprise Chamber may adjourn its decision on a petition for the ordering of measures for a term to be determined by it, if both parties so request, or if the entrepreneur undertakes to withdraw or amend the decision against which the appeal has been lodged, or to undo certain consequences of the decision.

8.

After the petition has been filed, the Enterprise Chamber (Ondernemingskamer) may, if necessary without delay, order provisional measures. The fifth paragraph, fourth and fifth sentences, and the sixth paragraph, apply mutatis mutandis.

9.

An appeal in cassation is the sole remedy against a decision of the Enterprise Chamber (Ondernemingskamer).

1.

De ondernemingsraad kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen een besluit van de ondernemer als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, hetzij wanneer dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van de ondernemingsraad, hetzij wanneer feiten of omstandigheden bekend zijn geworden, die, waren zij aan de ondernemingsraad bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van zijn advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht.

2.

Het beroep wordt ingeleid door indiening van een verzoek, binnen een maand nadat de ondernemingsraad van het in het eerste lid bedoelde besluit in kennis is gesteld.

3.

De ondernemer wordt van het ingestelde beroep in kennis gesteld.

4.

Het beroep kan uitsluitend worden ingesteld ter zake dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen.

5.

De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. Alvorens te beslissen kan zij, ook ambtshalve, deskundigen, alsmede in de onderneming werkzame personen horen. Indien de ondernemingskamer het beroep gegrond bevindt, verklaart zij dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het betrokken besluit had kunnen komen. Zij kan voorts, indien de ondernemingsraad daarom heeft verzocht, een of meer van de volgende voorzieningen treffen:

a.

het opleggen van de verplichting aan de ondernemer om het besluit geheel of ten dele in te trekken, alsmede om aan te wijzen gevolgen van dat besluit ongedaan te maken;

b.

het opleggen van een verbod aan de ondernemer om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of van onderdelen daarvan.

Een voorziening van de ondernemingskamer kan door derden verworven rechten niet aantasten.

6.

Het is verboden een verplichting of een verbod als bedoeld in het vorige lid niet na te komen, onderscheidenlijk te overtreden.

7.

De ondernemingskamer kan haar beslissing op een verzoek tot het treffen van voorzieningen voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien beide partijen daarom verzoeken, dan wel indien de ondernemer op zich neemt het besluit waartegen beroep is ingesteld, in te trekken of te wijzigen, of bepaalde gevolgen van het besluit ongedaan te maken.

8.

Nadat het verzoekschrift is ingediend kan de ondernemingskamer, zo nodig onverwijld, voorlopige voorzieningen treffen. Het vijfde lid, vierde en vijfde volzin, en het zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

9.

Van een beschikking van de ondernemingskamer staat uitsluitend beroep in cassatie open.