Article 5
in forceContent of neighbouring rights
The performing artist shall, even after having transferred his right referred to in Article 2:
the right to oppose the disclosure of the performance without mention of his name or other designation as the performing artist, unless such opposition would be contrary to reasonableness;
the right to oppose the disclosure of the performance under a name other than his own, as well as to oppose any alteration in the manner in which he is designated, insofar as this name or designation has been mentioned or disclosed in connection with the performance;
the right to oppose any other modification in the performance, unless such modification is of such a nature that opposition would be contrary to reasonableness;
the right to object to any distortion, mutilation or other impairment of the performance that could be prejudicial to the honour or reputation of the performing artist or to his value in that capacity, and, in the absence thereof, to his successors in title. Article 25a, paragraph 1, of the Copyright Act shall apply mutatis mutandis.
The rights mentioned in the preceding paragraph shall, after the death of the performing artist and until the expiry of his right referred to in Article 2, accrue to the person designated by him by last will and testament.
The rights referred to in the first paragraph under (a) through (c) may be waived in writing.
De uitvoerende kunstenaar heeft, zelfs nadat hij zijn in artikel 2 bedoelde recht heeft overgedragen:
het recht zich te verzetten tegen de openbaarmaking van de uitvoering zonder vermelding van zijn naam of andere aanduiding als uitvoerende kunstenaar tenzij het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid;
het recht zich te verzetten tegen de openbaarmaking van de uitvoering onder een andere naam dan de zijne, alsmede tegen het aanbrengen van enige wijziging in de wijze waarop hij is aangeduid, voorzover deze naam of aanduiding in verband met de uitvoering is vermeld of openbaar is gemaakt;
het recht zich te verzetten tegen elke andere wijziging in de uitvoering, tenzij deze wijziging van zodanige aard is dat het verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid;
het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van de uitvoering, die nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de uitvoerende kunstenaar of aan zijn waarde in deze hoedanigheid, en bij gebreke van dien aan zijn nabestaanden. Artikel 25a, eerste lid, van de Auteurswet is van overeenkomstige toepassing.
De in het voorgaande lid genoemde rechten komen na het overlijden van de uitvoerende kunstenaar tot aan het vervallen van zijn in artikel 2 bedoelde recht toe aan de door hem bij uiterste wilsbeschikking aangewezene.
Van de in het eerste lid onder a-c genoemde rechten kan schriftelijk afstand worden gedaan.