Article 7
in forceMinimum wage
The employee who has reached the age of 21 shall be entitled, for the work performed by him in an employment relationship, to a wage from the employer at least in the amount established by or pursuant to the following articles under the designation minimum wage.
If, in Our opinion, there is cause to do so based on developments in collective labour agreements regarding the age at which an entitlement to a wage at least up to the amounts referred to in Article 8, paragraph 1, arises, it may be determined by administrative order (algemene maatregel van bestuur) that employees under the age of 21 who have reached the age of 20 or the age of 19 shall likewise have the entitlement referred to in the first paragraph.
By Order in Council it may be determined that employees – or employees belonging to a category designated by the measure – below the age of 21 years or, if application has been given to the second paragraph, below the age determined pursuant to that paragraph, who have reached a lower age designated by the measure, likewise have the right referred to in the first paragraph.
Remuneration received by the employee from third parties for work performed by him in the employment relationship shall, insofar as it forms part of the terms and conditions of employment, be deemed to have been received from the employer for the purposes of the provisions of or pursuant to the first, second, or third paragraph.
Wages to which the employee is entitled by virtue of any statutory provision for a period during which he performs no work shall, for the purposes of the provisions of or pursuant to the first, second, or third paragraph, be deemed to be wages for the work performed by him in that employment. Amounts by which the wages are reduced in accordance with such provision shall, for the purposes of the provisions of or pursuant to the first, second, or third paragraph, be deemed to have been received from the employer.
The employer is, with the application of Article 623 of Book 7 of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek), obliged to pay the minimum wage in a timely manner.
De werknemer die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt heeft voor de arbeid door hem in dienstbetrekking verricht, jegens de werkgever recht op een loon ten minste tot het bedrag, bij of krachtens de volgende artikelen onder de benaming minimumloon vastgesteld.
Indien daartoe naar Ons oordeel aanleiding bestaat op grond van de ontwikkeling in collectieve arbeidsovereenkomsten ter zake van de leeftijd waarop recht op een loon tenminste tot de in artikel 8, eerste lid, genoemde bedragen ontstaat, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, dat werknemers beneden de leeftijd van 21 jaar, die de leeftijd van 20 jaar dan wel die de leeftijd van 19 jaar hebben bereikt, eveneens het in het eerste lid bedoelde recht hebben.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat werknemers - dan wel dat werknemers, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie - beneden de leeftijd van 21 jaar of, zo toepassing is gegeven aan het tweede lid, beneden de krachtens dat lid bepaalde leeftijd, die een bij de maatregel aangewezen lagere leeftijd hebben bereikt, eveneens het in het eerste lid bedoelde recht hebben.
Beloningen, die de werknemer voor arbeid, door hem in de dienstbetrekking verricht, van derden ontvangt, worden, voor zover zij deel uitmaken van de arbeidsvoorwaarden, voor de toepassing van het bij of krachtens het eerste, tweede of derde lid bepaalde geacht van de werkgever te zijn ontvangen.
Loon waarop de werknemer op grond van enige wettelijke bepaling recht heeft over een periode, waarin hij geen arbeid verricht, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens het eerste, tweede of derde lid bepaalde aangemerkt als loon voor de arbeid door hem in die dienstbetrekking verricht. Bedragen, waarmee het loon overeenkomstig die bepaling wordt verminderd, worden voor de toepassing van het bij of krachtens het eerste, tweede of derde lid bepaalde geacht van de werkgever te zijn ontvangen.
De werkgever is met toepassing van artikel 623 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht het minimumloon tijdig te voldoen.