Dutch Legislation

Article 17c

in force

Unemployment benefit

Unemployment Insurance Act (WW) · Chapter II · In force since 2008-01-01

Source
1.

The person who, on the day immediately preceding the first day of unemployment, was an employee within the meaning of this Act and who, in the period of 36 weeks referred to in Article 17, situated before 1 January 1987, performed work as an employee within the meaning of the Unemployment Act (Werkloosheidswet) or the Unemployment Benefit Act (Wet Werkloosheidsvoorziening) as those acts read on 31 December 1986, or fulfilled his compulsory military service or alternative service in lieu thereof, shall be considered an employee within the meaning of this Act with respect to the weeks in which he performed such work.

2.

The person who, on the day immediately preceding the first day of unemployment, was an employee within the meaning of this Act and who, in the period of 36 weeks referred to in Article 17, starting from 1 January 1987, performed work in an employment relationship in respect of which an invalidity pension was insured for him by the State, shall be regarded as an employee within the meaning of this Act with respect to the weeks in which he performed this work.

3.

Article 17a applies mutatis mutandis with respect to the first and second paragraphs.

4.

With respect to the person who, on 31 December 1986, was entitled to a benefit pursuant to the General Disablement Benefits Act (Algemene Arbeidsongeschiktheidswet) or the Disablement Insurance Act (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) or both acts, and who, at the time the incapacity for work occurred, was an employee within the meaning of the Unemployment Act (Werkloosheidswet) as that act read on 31 December 1986, the first and third paragraphs shall apply mutatis mutandis.

1.

De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, werknemer in de zin van deze wet was en die in de periode van 36 weken, bedoeld in artikel 17, gelegen vóór 1 januari 1987, arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet of de Wet Werkloosheidsvoorziening zoals die wetten luidden op 31 december 1986, dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van deze wet.

2.

De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, werknemer in de zin van deze wet was en die in de periode van 36 weken, bedoeld in artikel 17, vanaf 1 januari 1987, arbeid heeft verricht in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van deze wet.

3.

Artikel 17a is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste en tweede lid.

4.

Ten aanzien van de persoon die op 31 december 1986 recht had op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of beide wetten, en die op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid intrad werknemer was in de zin van de Werkloosheidswet zoals die wet luidde op 31 december 1986, zijn het eerste en het derde lid van overeenkomstige toepassing.