Dutch Legislation

Article 165

in force

Enforcement

Road Traffic Act 1994 · Chapter IX · In force since 1995-01-01

Source
1.

If an act punishable as a criminal offence under this Act is committed by a driver of a motor vehicle who remains unknown at the time of the discovery of the act, the owner or holder of that motor vehicle is obliged, upon the demand of one of the persons referred to in Article 159, to disclose the name and full address of the driver within a period to be set for that purpose, which shall be at least forty-eight hours.

2.

The first paragraph shall not apply if the owner or holder has not been able to establish who the driver was and if no reasonable reproach can be made against him in this regard.

1.

Indien een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit wordt begaan door een bij de ontdekking van het feit onbekend gebleven bestuurder van een motorrijtuig, is de eigenaar of houder van dat motorrijtuig verplicht op vordering van een der in artikel 159 bedoelde personen binnen een daarbij te stellen termijn, die ten minste achtenveertig uren bedraagt, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend te maken.

2.

Het eerste lid geldt niet, indien de eigenaar of houder niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.