Article 166
in forceEnforcement
If an act punishable as a criminal offence under this Act is committed by a driver of a motor vehicle, who remained unknown at the time of the discovery of the act, by which a trailer for which a registration plate is required is being propelled, the owner or holder of that trailer is obliged, upon the demand of one of the persons referred to in Article 159, to disclose the name and full address of the driver or of the owner or holder of the motor vehicle with which that trailer was being propelled, within a period to be set for that purpose, which shall be at least forty-eight hours.
The first paragraph shall not apply if the owner or holder of the trailer has been unable to determine who the driver or the owner or holder of the motor vehicle with which that trailer was being propelled was, and if no blame can reasonably be attributed to him in this regard.
Indien een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit wordt begaan door een bij de ontdekking van het feit onbekend gebleven bestuurder van een motorrijtuig, waarmee een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, wordt voortbewogen, is de eigenaar of houder van die aanhangwagen verplicht op vordering van een der in artikel 159 bedoelde personen binnen een daarbij te stellen termijn, die ten minste achtenveertig uren bedraagt, de naam en het volledige adres van de bestuurder dan wel van de eigenaar of houder van het motorrijtuig, waarmee die aanhangwagen werd voortbewogen, bekend te maken.
Het eerste lid geldt niet, indien de eigenaar of houder van de aanhangwagen niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder dan wel de eigenaar of houder van het motorrijtuig, waarmee die aanhangwagen werd voortbewogen, was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.