Dutch Legislation

Article 21

in force

Approval of vehicles and systems, components, separate technical units, vehicle parts, equipment and facilities for such vehicles and their trailers, and of facilities designed and constructed for the protection of vehicle occupants and vulnerable road users · § General provisions

Road Traffic Act 1994 · Chapter III · § 1 · In force since 2023-04-19

Source
1.

Vehicles and systems, components, separate technical units, vehicle parts, equipment and provisions designed and built for such vehicles and trailers thereof, as well as provisions designed and built for the protection of vehicle occupants and vulnerable road users, shall only be offered for sale or placed on the market after they have been approved, after they have been approved with a dispensation or exemption, or after a permit has been granted for this purpose.

2.

The approval, referred to in the first paragraph, may have been granted if:

a.

EU type-approval or individual EU approval, provided that the requirements laid down in the relevant EU regulation or directive regarding the approval of motor vehicles are met;

b.

national type-approval or individual approval if this is determined by ministerial regulation and the requirements set out in Article 23, paragraph 3, are met; or

c.

UN/ECE approval if the requirements laid down in the relevant harmonised technical regulations as referred to in the 1958 Agreement are met.

3.

A dispensation, exemption or permit as referred to in the first paragraph may have been granted if:

a.

an exemption, waiver or permit in connection with EU type-approval or individual EU approval, provided that the conditions laid down in the relevant EU regulation in connection with the approval of motor vehicles are met; or

b.

an exemption, waiver or permit in connection with a national type approval or individual approval, insofar as this is determined by ministerial regulation.

4.

By way of derogation from the first paragraph, vehicles shall only be offered for sale or placed on the market following an amendment to the conditions for approval:

a.

insofar as it concerns an EU type-approval or an individual EU approval, provided that the conditions laid down in the relevant EU regulation or directive in connection with the approval of motor vehicles are met;

b.

if it concerns a national type approval or individual approval, provided that the conditions laid down in respect thereof by ministerial regulation are met; or

c.

insofar as it concerns a UN/ECE approval, provided that the conditions laid down in the relevant harmonised technical regulation as referred to in the 1958 Agreement are met.

5.

By way of derogation from the first paragraph, cases shall be specified by ministerial regulation in which vehicles, systems, components, separate technical units, vehicle parts, equipment and facilities are not subject to approval before they may be offered for sale or placed on the market.

1.

Voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd worden slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht nadat ze zijn goedgekeurd, nadat ze zijn goedgekeurd met een ontheffing of vrijstelling of nadat hiervoor een vergunning is verleend.

2.

De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, kan zijn verleend als:

a.

EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring motorvoertuigen;

b.

nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien dit bij ministeriële regeling is bepaald en wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in artikel 23, derde lid; of

c.

VN/ECE-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglementen als bedoeld in de Overeenkomst van 1958.

3.

Een ontheffing, vrijstelling of vergunning als bedoeld in het eerste lid kan zijn verleend als:

a.

een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; of

b.

een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald.

4.

In afwijking van het eerste lid, worden voertuigen na wijziging van de voorwaarden voor goedkeuring, slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht:

a.

indien het betreft een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden op grond in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen;

b.

indien het betreft een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden; of

c.

indien het betreft een VN/ECE-goedkeuring zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglement als bedoeld in de Overeenkomst van 1958.

5.

In afwijking van het eerste lid, worden bij ministeriële regeling gevallen genoemd waarin voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen niet aan goedkeuring onderhevig zijn voordat ze op de markt mogen worden aangeboden of in de handel mogen worden gebracht.