Article 22
in forceAdministrative enforcement
An official designated for this purpose by Our Minister, falling under his authority, may, after a violation of a regulation or prohibition under or pursuant to this Act has been established which has been made subject to an administrative fine, issue a written warning to the violator stating that in the event of a repetition of the violation or a subsequent violation of the same statutory obligation or prohibition indicated in the warning, or of similar obligations or prohibitions to be designated by or pursuant to an Order in Council, an order may be imposed upon him to cease activities designated by him for a period of no more than three months, or that such activities may not be commenced.
If a warning as referred to in the first paragraph has been issued and a repetition of the infringement or a subsequent infringement as referred to in the first paragraph has been established, the official referred to in the first paragraph may impose upon the offender, by administrative decision, an order as referred to in the first paragraph, which shall be complied with as of the time specified in the administrative decision. This administrative decision shall not be issued as long as an administrative fine has not yet been imposed or an official report has not yet been drawn up in respect of the first infringement referred to in the first paragraph.
The finding of the infringement, as referred to in the first or second paragraph, shall be recorded in an inspection report.
The warning referred to in the first paragraph shall lapse if five years have elapsed since the date of the warning.
The official referred to in the first paragraph is authorised, with regard to the order referred to in the second paragraph, including the imposition of an administrative enforcement order (last onder bestuursdwang), to take the necessary measures, to give the necessary instructions, and to invoke the assistance of the police (sterke arm).
Any person whom it concerns is obliged to act in accordance with an order as referred to in the second paragraph and a measure or instruction as referred to in the fifth paragraph.
Further rules with respect to the first and second paragraphs shall be laid down by or pursuant to an Order in Council.
Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar kan, nadat een overtreding van een voorschrift of verbod bij of krachtens deze wet is geconstateerd die bestuurlijk beboetbaar is gesteld, aan de overtreder een schriftelijke waarschuwing geven dat bij herhaling van de overtreding of bij een latere overtreding van eenzelfde in de waarschuwing aangegeven wettelijke verplichting of verbod of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen of verboden, door hem een bevel kan worden opgelegd dat door hem aangewezen werkzaamheden voor ten hoogste drie maanden worden gestaakt dan wel niet mogen worden aangevangen.
Indien een waarschuwing als bedoeld in het eerste lid is gegeven en herhaling van de overtreding of een latere overtreding als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, kan door de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan de overtreder bij beschikking een bevel als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd dat wordt opgevolgd met ingang van het in de beschikking aangeven tijdstip. Deze beschikking wordt niet gegeven zolang wegens de eerste overtreding, bedoeld in het eerste lid, nog niet een bestuurlijke boete is opgelegd of een proces-verbaal is opgemaakt.
De constatering van de overtreding, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt vastgelegd in een boeterapport.
De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, vervalt indien na de dagtekening van de waarschuwing vijf jaren zijn verstreken.
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd met betrekking tot het bevel, bedoeld in het tweede lid, met inbegrip van de oplegging van een last onder bestuursdwang, de nodige maatregelen te treffen, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen.
Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel als bedoeld in het tweede lid en een maatregel of aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.