Article 17
in forceFor the purpose of considering the progress made in the implementation of this Convention, there shall be established a Committee on the Elimination of Discrimination against Women (hereinafter referred to as the Committee) consisting, at the time of entry into force of the Convention, of 18 and, after ratification of or accession to the Convention by the thirty-fifth State Party, of 23 experts of high moral standing and competence in the field covered by the Convention. The experts shall be elected by States Parties from among their nationals and shall serve in their personal capacity, consideration being given to equitable geographical distribution and to the representation of the different forms of civilization as well as the principal legal systems.
The members of the Committee shall be elected by secret ballot from a list of persons nominated by the States Parties to this Convention. Each State Party to this Convention may nominate one person from among its own nationals.
The first election shall be held six months after the date of the entry into force of this Convention. At least three months before the date of each election, the Secretary-General of the United Nations shall address a letter to the States Parties to this Convention, inviting them to submit their nominations within two months. The Secretary-General shall prepare a list in alphabetical order of all persons thus nominated, indicating the States Parties which have nominated them, and shall submit it to the States Parties to this Convention.
Election of the members of the Committee shall take place at a meeting of the States Parties to this Convention convened by the Secretary-General at United Nations Headquarters. At that meeting, for which two thirds of the States Parties to this Convention shall constitute a quorum, those persons nominated to the Committee shall be elected who obtain the largest number of votes and an absolute majority of the votes of the representatives of the States Parties to this Convention present and voting.
The members of the Committee shall be elected for a term of four years. The term of office of nine of the members elected at the first election shall, however, expire after two years; immediately after the first election, these nine members shall be designated by lot by the chairman of the Committee.
Election of the five additional members of the Committee shall take place in accordance with the provisions of the second, third and fourth paragraphs of this Article after the thirty-fifth ratification or accession. The term of office of two of the additional members elected on that occasion shall expire after two years; these two members shall be designated by lot by the chairperson of the Committee.
To fill vacancies that have arisen in the meantime, the State Party to this Convention whose expert no longer serves as a member of the Committee shall appoint another expert from among its nationals, subject to the approval of the Committee.
The members of the Committee shall, with the approval of the General Assembly, receive emoluments from United Nations resources on such terms and conditions as the General Assembly may decide, having regard to the importance of the Committee's responsibilities.
The Secretary-General of the United Nations shall provide the staff and other facilities necessary for the effective performance of the functions of the Committee under this Convention.
Ten behoeve van de beoordeling van de voortgang die wordt gemaakt bij de uitvoering van dit Verdrag wordt een Commissie voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen (hierna te noemen het Comité) ingesteld, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag zal bestaan uit 18, en na de bekrachtiging hiervan of de toetreding hiertoe door de vijfendertigste Staat die partij is bij dit Verdrag, uit 23 deskundigen van hoog zedelijk aanzien en uitzonderlijke bekwaamheid op het terrein dat door dit Verdrag wordt bestreken. De deskundigen worden door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, gekozen uit hun onderdanen en hebben zitting in hun persoonlijke hoedanigheid, waarbij rekening wordt gehouden met een billijke geografische verdeling en met de vertegenwoordiging van de verschillende beschavingsvormen en de belangrijkste rechtstelsels.
De leden van het Comité worden bij geheime stemming gekozen uit een lijst van door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, voorgedragen personen. Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag, kan uit zijn eigen onderdanen één persoon voordragen.
De eerste verkiezing wordt gehouden zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zendt ten minste drie maanden voor de datum van iedere verkiezing de Staten die partij zijn bij dit Verdrag een brief waarin hun wordt verzocht binnen twee maanden een voordracht te doen. De Secretaris-Generaal stelt een alfabetische lijst op van alle aldus voorgedragen personen, onder vermelding van de Staten die hen hebben voorgedragen, en legt deze voor aan de Staten die partij zijn bij dit Verdrag.
Verkiezing van de leden van het Comité heeft plaats op een door de Secretaris-Generaal op de zetel van de Verenigde Naties te beleggen vergadering van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag. Op die vergadering, waarvoor twee derde van het aantal Staten die partij zijn bij dit Verdrag een quorum vormen, zijn die voorgedragen personen in het Comité gekozen, die het grootste aantal stemmen op zich verenigen en die een volstrekte meerderheid verkrijgen van de stemmen van de aanwezige, hun stem uitbrengende vertegenwoordigers van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag.
De leden van het Comité worden gekozen voor een tijdvak van vier jaar. De ambtstermijn van negen van de bij de eerste verkiezing gekozen leden loopt evenwel na twee jaar af; onmiddellijk na de eerste verkiezing worden deze negen leden bij loting aangewezen door de voorzitter van het Comité.
Verkiezing van de vijf extra leden van het Comité heeft plaats overeenkomstig het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel na de vijfendertigste bekrachtiging of toetreding. De ambtstermijn van twee van de bij die gelegenheid gekozen extra leden loopt na twee jaar af; deze beide leden worden bij loting aangewezen door de voorzitter van het Comité.
Om te voorzien in tussentijds ontstane vacatures benoemt de Staat die Partij is bij dit Verdrag en wiens deskundige niet langer optreedt als lid van het Comité uit zijn onderdanen een andere deskundige, onder voorbehoud van de goedkeuring van het Comité.
De leden van het Comité ontvangen, met goedkeuring van de Algemene Vergadering, uit de middelen van de Verenigde Naties emolumenten op door de Algemene Vergadering vast te stellen voorwaarden waarbij rekening wordt gehouden met de belangrijkheid van de taken van het Comité.
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zorgt voor het personeel en de andere voorzieningen, benodigd voor een doelmatige uitoefening van de taken van het Comité krachtens dit Verdrag.