Article 66
in forceIMPLEMENTATION, COOPERATION, PENALTIES AND ENFORCEMENT
1. The Commission may initiate proceedings in view of the possible adoption of decisions pursuant to Articles 73 and 74 in respect of the relevant conduct by the provider of the very large online platform or of the very large online search engine that the Commission suspect of having infringed any of the provisions of this Regulation.
2. Where the Commission decides to initiate proceedings pursuant to paragraph 1 of this Article, it shall notify all Digital Services Coordinators and the Board through the information sharing system referred to in Article 85, as well as the provider of the very large online platform or of the very large online search engine concerned.
The Digital Services Coordinators shall, without undue delay after being informed of initiation of the proceedings, transmit to the Commission any information they hold about the infringement at stake.
The initiation of proceedings pursuant to paragraph 1 of this Article by the Commission shall relieve the Digital Services Coordinator, or any competent authority where applicable, of its powers to supervise and enforce provided for in this Regulation pursuant to Article 56(4).
3. In the exercise of its powers of investigation under this Regulation the Commission may request the individual or joint support of any Digital Services Coordinators concerned by the suspected infringement, including the Digital Services Coordinator of establishment. The Digital Services Coordinators that have received such a request, and, where involved by the Digital Services Coordinator, any other competent authority, shall cooperate sincerely and in a timely manner with the Commission and shall be entitled to exercise their investigative powers referred to in Article 51(1) in respect of the provider of the very large online platform or of the very large online search engine at stake, with regard to information, persons and premises located within the territory of their Member State and in accordance with the request.
4. The Commission shall provide the Digital Services Coordinator of establishment and the Board with all relevant information about the exercise of the powers referred to in Articles 67 to 72 and its preliminary findings referred to in Article 79(1). The Board shall submit its views on those preliminary findings to the Commission within the period set pursuant to Article 79(2). The Commission shall take utmost account of any views of the Board in its decision.
1. De Commissie kan een procedure inleiden met het oog op de mogelijke vaststelling van besluiten krachtens de artikelen 73 en 74 met betrekking tot het relevante gedrag van de aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine die er door de Commissie van wordt verdacht inbreuk te hebben gemaakt op bepalingen van deze verordening.
2. Indien de Commissie besluit een procedure krachtens lid 1 van dit artikel in te leiden, stelt zij alle digitaledienstencoördinatoren en de digitaledienstenraad via het in artikel 85 bedoelde informatie-uitwisselingssysteem daarvan in kennis, alsook de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine.
De digitaledienstencoördinatoren verstrekken aan de Commissie, onverwijld nadat zij in kennis zijn gesteld van het inleiden van de procedure, alle informatie waarover zij beschikken over de aan de orde zijnde inbreuk.
De inleiding van een procedure door de Commissie krachtens lid 1 van dit artikel ontslaat de digitaledienstencoördinator of waar toepasselijk elke bevoegde autoriteit van zijn of haar bevoegdheid tot toezicht op en handhaving van deze verordening krachtens artikel 56, lid 4.
3. Bij de uitoefening van haar onderzoeksbevoegdheden uit hoofde van deze verordening kan de Commissie verzoeken om de individuele of gezamenlijke steun van de bij de vermeende inbreuk betrokken digitaledienstencoördinatoren, met inbegrip van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging. De digitaledienstencoördinator die een dergelijk verzoek heeft ontvangen en elke andere bevoegde autoriteit die er door de digitaledienstencoördinator bij betrokken is, werken loyaal en tijdig samen met de Commissie en hebben het recht om hun in artikel 51, lid 1, bedoelde onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van de betrokken aanbieder het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, wat betreft informatie, personen en bedrijfsruimten die zich op het grondgebied van hun lidstaat bevinden en in overeenstemming met het verzoek.
4. De Commissie verstrekt de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de digitaledienstenraad alle relevante informatie over de uitoefening van de in de artikelen 67 tot en met 72 bedoelde bevoegdheden, evenals haar voorlopige bevindingen zoals bedoeld in artikel 79, lid 1. De digitaledienstenraad deelt zijn standpunt over die voorlopige bevindingen met de Commissie binnen de in artikel 79, lid 2, vastgestelde termijn. De Commissie houdt in haar besluit zoveel mogelijk rekening met de eventuele standpunten van de raad.