Dutch Legislation

Article 65

in force

IMPLEMENTATION, COOPERATION, PENALTIES AND ENFORCEMENT

Regulation (EU) 2022/2065 — Digital Services Act · Chapter 4 · In force since None

Source

1. For the purposes of investigating compliance of providers of very large online platforms and of very large online search engines with the obligations laid down in this Regulation, the Commission may exercise the investigatory powers laid down in this Section even before initiating proceedings pursuant to Article 66(2). It may exercise those powers on its own initiative or following a request pursuant to paragraph 2 of this Article.

2. Where a Digital Services Coordinator has reason to suspect that a provider of a very large online platform or of a very large online search engine has infringed the provisions of Section 5 of Chapter III or has systemically infringed any of the provisions of this Regulation in a manner that seriously affects recipients of the service in its Member State, it may send, through the information sharing system referred to in Article 85, a request to the Commission to assess the matter.

3. A request pursuant to paragraph 2 shall be duly reasoned and at least indicate:

(a) the point of contact of the provider of the very large online platform or of the very large online search engine concerned as provided for in Article 11;

(b) a description of the relevant facts, the provisions of this Regulation concerned and the reasons why the Digital Services Coordinator that sent the request suspects that the provider of the very large online platforms or of the very large online search engine concerned infringed this Regulation, including a description of the facts that show that the suspected infringement is of a systemic nature;

(c) any other information that the Digital Services Coordinator that sent the request considers relevant, including, where appropriate, information gathered on its own initiative.

1. Teneinde te kunnen onderzoeken of de in deze verordening vastgelegde verplichtingen worden nageleefd door aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines, kan de Commissie de in deze afdeling vastgelegde onderzoeksbevoegdheden uitoefenen, zelfs voordat zij een procedure krachtens artikel 66, lid 2, inleidt. Zij kan deze bevoegdheden uitoefenen op eigen initiatief dan wel naar aanleiding van een verzoek krachtens lid 2 van dit artikel.

2. Wanneer een digitaledienstencoördinator een reden heeft om te vermoeden dat een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine de bepalingen van afdeling 5 van hoofdstuk III, of systematisch eender welke bepalingen van deze verordening heeft geschonden op een wijze die ernstige gevolgen heeft voor de afnemers van de dienst in zijn lidstaat, kan hij bij de Commissie een verzoek indienen om de zaak te beoordelen via het in artikel 85 bedoelde informatie-uitwisselingssysteem.

3. Een verzoek krachtens lid 2 wordt naar behoren gemotiveerd en vermeldt ten minste:

a) het contactpunt van de betrokken aanbieder van het zeer grote onlineplatform of van de zeer grote onlinezoekmachine, zoals bedoeld in artikel 11;

b) een beschrijving van de relevante feiten, de betrokken bepalingen van deze verordening en de redenen waarom de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden vermoedt dat de aanbieder van het zeer grote onlineplatforms of van de zeer grote onlinezoekmachine deze verordening heeft geschonden, met inbegrip van een beschrijving van de feiten waaruit blijkt dat de vermeende inbreuk van systemische aard is;

c) alle overige informatie die de digitaledienstencoördinator die het verzoek heeft verzonden relevant acht, in voorkomend geval ook op eigen initiatief verzamelde informatie.