Dutch Legislation

Article 158

in force

THE OFFICE

EU Trade Mark Regulation 2017/1001 · Chapter 12 · In force since None

Source

1. The Executive Director shall be engaged as a temporary agent of the Office under Article 2(a) of the Conditions of Employment.

2. The Executive Director shall be appointed by the Council by simple majority, from a list of candidates proposed by the Management Board, following an open and transparent selection procedure. Before being appointed, the candidate selected by the Management Board may be invited to make a statement before any competent European Parliament committee and to answer questions put by its members. For the purpose of concluding the contract with the Executive Director, the Office shall be represented by the chairperson of the Management Board.

The Executive Director may be removed from office only upon a decision of the Council acting on a proposal from the Management Board.

3. The term of office of the Executive Director shall be five years. By the end of that period, the Management Board shall undertake an assessment which takes into account an evaluation of the performance of the Executive Director and the Office's future tasks and challenges.

4. The Council, taking into account the assessment referred to in paragraph 3, may extend the term of office of the Executive Director once and for no more than five years.

5. An Executive Director whose term of office has been extended may not participate in another selection procedure for the same post at the end of his overall term of office.

6. The Deputy Executive Director or Deputy Executive Directors shall be appointed or removed from office as provided for in paragraph 2, after consultation of the Executive Director and, where applicable, the Executive Director-elect. The term of office of the Deputy Executive Director shall be five years. It may be extended once and for no more than five years by the Council, after consultation of the Executive Director.

1. De uitvoerend directeur wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van het Bureau, overeenkomstig artikel 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

2. De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure bij gewone meerderheid door de Raad benoemd uit een lijst van door de raad van bestuur voorgedragen kandidaten. Vóór zijn benoeming kan de door de raad van bestuur geselecteerde kandidaat worden verzocht om voor een bevoegde commissie van het Europees Parlement een verklaring af te leggen en te antwoorden op vragen van leden van deze commissie. Voor de sluiting van de overeenkomst met de uitvoerend directeur wordt het Bureau vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

De uitvoerend directeur mag uitsluitend uit zijn functie worden ontslagen bij besluit van de Raad op voorstel van de raad van bestuur.

3. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur is vijf jaar. Aan het einde van deze termijn wordt de uitvoerend directeur onderworpen aan een beoordeling door de raad van bestuur, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie van zijn prestaties en met de toekomstige taken en uitdagingen van het Bureau.

4. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur kan door de Raad, rekening houdend met de in lid 3 bedoelde beoordeling, eenmaal met ten hoogste vijf jaar worden verlengd.

5. Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, mag na afloop van de volledige ambtstermijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor dezelfde functie.

6. De plaatsvervangend uitvoerend directeur of de plaatsvervangend uitvoerend directeurs worden aangesteld of uit het ambt ontslagen overeenkomstig lid 2, na raadpleging van de uitvoerend directeur en, indien van toepassing, de verkozen uitvoerend directeur. De ambtstermijn van de plaatsvervangend uitvoerend directeur is vijf jaar. De termijn kan door de Raad eenmaal, na raadpleging van de uitvoerend directeur, en met ten hoogste vijf jaar worden verlengd.