Article 157
in forceTHE OFFICE
1. The Office shall be managed by the Executive Director. The Executive Director shall be accountable to the Management Board.
2. Without prejudice to the powers of the Commission, the Management Board, and the Budget Committee, the Executive Director shall be independent in the performance of his duties and shall neither seek nor take instructions from a government or from any other body.
3. The Executive Director shall be the legal representative of the Office.
4. The Executive Director shall have in particular the following functions, which may be delegated:
(a) taking all necessary steps, including the adoption of internal administrative instructions and the publication of notices, to ensure the functioning of the Office;
(b) implementing the decisions adopted by the Management Board;
(c) preparing a draft annual work programme indicating estimated human and financial resources for each activity, and submitting it to the Management Board after consultation of the Commission;
(d) submitting to the Management Board proposals pursuant to Article 152(2);
(e) preparing a draft multiannual strategic programme, including the Office's strategy for international cooperation, and submitting it to the Management Board after consultation of the Commission and following an exchange of views with the relevant committee in the European Parliament;
(f) implementing the annual work programme and the multiannual strategic programme and reporting to the Management Board on their implementation;
(g) preparing the annual report on the Office's activities and presenting it to the Management Board for approval;
(h) preparing a draft multiannual staff policy plan and submitting it to the Management Board after consultation of the Commission;
(i) preparing an action plan following-up on the conclusions of the internal or external audit reports and evaluations, as well as following up on the investigations of the OLAF, and reporting on progress twice a year to the Commission and to the Management Board;
(j) protecting the financial interests of the Union by the application of preventive measures against fraud, corruption and any other illegal activities, by effective checks and, if irregularities are detected, by recovering amounts wrongly paid and, where appropriate, by imposing effective, proportionate and dissuasive administrative and financial penalties;
(k) preparing an anti-fraud strategy for the Office and presenting it to the Budget Committee for approval;
(l) in order to ensure uniform application of the Regulation, referring, where appropriate, to the enlarged Board of Appeal (‘the Grand Board’) questions on a point of law, in particular if the Boards of Appeal have issued diverging decisions on the point;
(m) drawing up estimates of the revenue and expenditure of the Office and implementing the budget;
(n) exercising the powers entrusted to him in respect of staff by the Management Board under Article 153(1)(h);
(o) exercising the powers conferred on him under Articles 31(3), 34(5), 35(3), 94(2), 97(5), Articles 98, 100, 101, Articles 111(4), 112(3), 114(5), Articles 115, 116, Articles 120(4), 146(10), Article 178, Articles 179(1) and 180(2), and Article 181 in accordance with the criteria set out in this Regulation and in the acts adopted pursuant to this Regulation.
5. The Executive Director shall be assisted by one or more Deputy Executive Directors. If the Executive Director is absent or indisposed, the Deputy Executive Director or one of the Deputy Executive Directors shall replace him in accordance with the procedure laid down by the Management Board.
1. Het Bureau wordt beheerd door de uitvoerend directeur. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur.
2. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie, de raad van bestuur en het Begrotingscomité, is de uitvoerend directeur onafhankelijk bij de uitvoering van zijn taken en vraagt noch aanvaardt hij instructies van een regering of andere instantie.
3. De uitvoerend directeur vertegenwoordigt het Bureau in rechte.
4. De uitvoerend directeur vervult in het bijzonder de volgende functies, die kunnen worden gedelegeerd:
a) hij neemt alle nodige maatregelen, zoals het vaststellen van interne administratieve instructies en bekendmaken van mededelingen, om de werking van het Bureau te waarborgen;
b) hij voert de besluiten van de raad van bestuur uit;
c) hij stelt een ontwerp van het jaarlijks werkprogramma op, met een raming van de personele en financiële middelen voor elke activiteit, en legt het na raadpleging van de Commissie voor aan de raad van bestuur;
d) hij legt overeenkomstig artikel 152, lid 2, voorstellen aan de raad van bestuur voor;
e) hij stelt een ontwerp van het strategisch meerjarenprogramma op, met de strategie voor internationale samenwerking van het Bureau, en legt het voor aan de raad van bestuur, na raadpleging van de Commissie en overleg met de bevoegde commissie van het Europees Parlement;
f) hij voert het jaarlijks werkprogramma en het strategisch meerjarenprogramma uit, en brengt hierover verslag uit aan de raad van bestuur;
g) hij stelt het jaarverslag over de werkzaamheden van het Bureau op en legt het ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur;
h) hij stelt een ontwerp van meerjarenplan inzake personeelsbeleid op en legt het na raadpleging van de Commissie voor aan de raad van bestuur;
i) hij stelt een actieplan op voor de opvolging van de conclusies van de interne of externe auditverslagen en evaluaties alsmede van de onderzoeken van OLAF, en legt de Commissie en de raad van bestuur tweemaal per jaar een voortgangsverslag voor;
j) hij beschermt de financiële belangen van de Unie door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door ten onrechte betaalde bedragen terug te vorderen en, indien nodig, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties op te leggen;
k) hij stelt ten behoeve van het Bureau een strategie ter bestrijding van fraude op, die hij ter goedkeuring aan het Begrotingscomité voorlegt;
l) om de eenvormige toepassing van de verordening te verzekeren, legt hij, wanneer passend, aan de uitgebreide kamer van beroep, („de grote kamer”), rechtsvragen voor, in het bijzonder indien de kamers van beroep ter zake onderling afwijkende beslissingen hebben genomen;
m) hij stelt de raming van ontvangsten en uitgaven van het Bureau op en voert de begroting uit;
n) hij oefent ten aanzien van het personeel de bevoegdheden uit die hem krachtens artikel 153, lid 1, onder h), door de raad van bestuur zijn toegekend;
o) hij oefent de bevoegdheden uit die hem overeenkomstig artikel 31, lid 3, artikel 34, lid 5, artikel 35, lid 3, artikel 94, lid 2, artikel 97, lid 5, de artikelen 98, 100 en 101, artikel 111, lid 4, artikel 112, lid 3, artikel 114, lid 5, de artikelen 115 en 116, artikel 120, lid 4, artikel 146, lid 10, artikel 178, artikel 179, lid 1, artikel 180, lid 2, en artikel 181 zijn toegekend, overeenkomstig de criteria die in deze verordening en in de krachtens deze verordening vastgestelde handelingen zijn bepaald.
5. De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door één of meer plaatsvervangend uitvoerend directeurs. Bij afwezigheid of verhindering van de uitvoerend directeur wordt deze vervangen door de plaatsvervangend uitvoerend directeur of een van de plaatsvervangend uitvoerend directeurs volgens de door de raad van bestuur vastgestelde procedure.