Article 12
in forceReview criteria and rulings of the Rent Tribunal (huurcommissie)
In the event of a petition as referred to in Article 7:249 of the Civil Code, the Rent Tribunal (huurcommissie) shall also state whether it is of the opinion that the agreed rent or the rent deemed reasonable pursuant to Article 11, paragraph 3, should be charged, having regard to the defects in respect of the living accommodation. If the Rent Tribunal (huurcommissie) is of the opinion that such rent should not be charged, having regard to the defects, it shall specify these defects in the decision and shall state a lower rent, proportionate to those defects, as the rent to be charged.
Rules shall be provided by or pursuant to an Order in Council which the Rent Tribunal (huurcommissie) shall observe when assessing the reasonableness of the rent to be charged.
The Rent Tribunal shall state in the decision the effective date of the lower rent to be charged, which shall be the commencement date of the rental agreement.
The Rent Tribunal (huurcommissie) shall determine in its decision that, after the defects mentioned in that decision have been remedied, the lower rent to be charged shall no longer apply as of the first day of the month following the month in which the remediation of those defects took place.
If there is no agreement between the tenant and the landlord as to whether the defects have been remedied, the Rent Tribunal (huurcommissie) shall, at the request of the landlord, issue a ruling thereon. In such a case, it shall indicate the month in which the remedy took place.
In geval van een verzoek als bedoeld in artikel 7:249 van het Burgerlijk Wetboek spreekt de huurcommissie tevens uit of zij van oordeel is dat de overeengekomen huurprijs of de op grond van artikel 11, derde lid, redelijk geachte huurprijs, gelet op de gebreken ten aanzien van de woonruimte, in rekening dient te worden gebracht. Indien de huurcommissie van oordeel is dat die huurprijs, gelet op de gebreken, niet in rekening dient te worden gebracht, geeft zij deze gebreken in de uitspraak aan en vermeldt zij een in verhouding tot die gebreken lagere huurprijs als de in rekening te brengen huurprijs.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven die de huurcommissie bij de beoordeling van de redelijkheid van de in rekening te brengen huurprijs in acht neemt.
De huurcommissie vermeldt in de uitspraak de datum van ingang van de in rekening te brengen lagere huurprijs, zijnde de ingangsdatum van de huurovereenkomst.
De huurcommissie bepaalt in de uitspraak dat, nadat de in die uitspraak genoemde gebreken zijn verholpen, de in rekening te brengen lagere huurprijs niet meer van toepassing is met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de opheffing van die gebreken heeft plaatsgevonden.
Indien tussen huurder en verhuurder geen overeenstemming bestaat over het al dan niet verholpen zijn van de gebreken, doet de huurcommissie daarover op verzoek van de verhuurder uitspraak. In voorkomend geval geeft zij daarbij aan in welke maand de opheffing heeft plaatsgevonden.