Dutch Legislation

Article 9.2

in force

Universele dienstverlening

Telecommunications Act · Chapter 9 · In force since 2022-03-02

Source
1.

If, in the opinion of Our Minister, the availability, affordability or quality of one or more of the public electronic communication services or facilities referred to in Article 9.1, paragraph 1, is not or will not be guaranteed by the normal functioning of the market, Our Minister may, by decree in accordance with the procedure regulated in Article 9.3, designate an undertaking to provide the universal service in a service area to be determined in that decree for a period of no more than ten years. Our Minister may designate different undertakings that offer different services or facilities referred to in Article 9.1, paragraph 1, or that cover different service areas.

2.

Pursuant to or by virtue of an Order in Council, further rules shall be established for the implementation of Part III of Directive (EU) 2018/1972, which shall apply in the event that a designation has been issued for the provision of one or more services or facilities belonging to the universal service. In this context, for the implementation of the chapter mentioned in the first sentence, tasks may be assigned and powers may be granted to the Authority for Consumers and Markets.

1.

Indien naar het oordeel van Onze Minister de beschikbaarheid, de betaalbaarheid of de kwaliteit van een of meer van de openbare elektronische communicatiediensten of voorzieningen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, niet door het normale functioneren van de markt wordt of zal kunnen worden gegarandeerd, kan Onze Minister bij besluit overeenkomstig de in artikel 9.3 geregelde procedure een onderneming aanwijzen die de universele dienst in een bij dat besluit te bepalen verzorgingsgebied voor ten hoogste tien jaar verzorgt. Onze Minister kan verschillende ondernemingen aanwijzen die verschillende diensten of voorzieningen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, aanbieden of verschillende verzorgingsgebieden bestrijken.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van deel III van richtlijn (EU) 2018/1972 nadere regels gesteld die van toepassing zijn in het geval een aanwijzing tot verzorging van een of meer tot de universele dienst behorende diensten of voorzieningen is gegeven. Hierbij kunnen ter uitvoering van het in de eerste volzin genoemde hoofdstuk taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de Autoriteit Consument en Markt.